“Herfsttij van de monarchie is aangebroken”

Het vertrouwen in ons koningshuis neemt af, zo stelt een studie van ISPO, het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek in Leuven. De Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters weten waarom. Zij schreven erover in een opiniestuk in de Gazet Van Antwerpen van 24 november.

Kan men wel koning van België zijn? Men argumenteert wel eens dat de koning het voordeel heeft dat hij boven de gemeenschappen en de gewesten staat. De monarchie als bindmiddel tussen Vlamingen, Franstaligen en Duitstaligen.

De koning is de enige die de federatie België kan incarneren. Politici kunnen dit niet. Ministers en parlementsleden behoren tot de Nederlandse of de Franse taalgroep. Hetzelfde geldt voor de federale ambtenarij, de magistratuur…

Het federale staatsapparaat is opgedeeld volgens taalaanhorigheid, behalve de koning. Het zou dus moeten lukken. Bovendien lukt het in Nederland. Daar spreekt men van verbindend koningschap.

En toch lukt het in België niet. Het vertrouwen in de monarchie is dalend, dit blijkt uit de studie van ISPO, het Leuvense Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek.

Hoe de koning zich ook gedraagt, het lukt niet. Albert II is een interventionistische koning geweest. Hij weegt zwaar op de regeringsvorming, hij durft iedereen de les te spellen in zijn toespraken en hij schoffeert meer dan eens politici en Vlamingen. Filip pakt het helemaal anders aan tot nu toe. Hij vult zijn rol ceremonieel in. Hij beperkt zich tot algemene thema’s, maar krijgt het verwijt dat hij geen inhoud brengt. Toch slaagt geen van beide vorsten erin om het nut van de monarchie te bewijzen.

Het beeld van de koninklijke familie vertoont ook barsten. De affaire Delphine Boël, de talrijke fratsen van Laurent, Albert II en Paola die niet eens aanwezig waren op 21 juli en Astrid die ontevreden is met haar rol.

Een andere planeet

De voortdurende onduidelijkheid over de financiën van de monarchie besmeurt het koninklijke blazoen. Het Fons Pereos ( omstreden erfenisfonds, red.) van Fabiola vergeet men niet snel. Albert II lijkt op een andere planeet te leven wanneer hij stelt dat zijn dotatie van 900.000 euro onvoldoende is. En wat doet koning Filip eigenlijk met zijn civiele lijst van 11,5 miljoen euro? Niemand kan deze vraag beantwoorden. Er is geen enkele controle, noch door Rekenhof, noch door de regering, noch door de Kamer.

Er is een schrijnend gebrek aan transparantie. Laurent, Astrid en Albert II krijgen een dotatie en moeten sedert de wet van november 2013 verantwoording afleggen. We zijn nu 2016. De financiële verslagen en de activiteitenverslagen zijn nooit besproken in de Kamer. Om een mysterieuze reden roept de Kamervoorzitter de commissie comptabiliteit hierover niet samen. De koninklijke dotaties verdragen het zonlicht niet.

Amedeogate

Ook het compleet verouderde statuut doet de monarchie geen goed. Delphine Boël kan haar afstamming niet laten vaststellen zolang Albert II koning is. De koning is onschendbaar. Aan Boël wordt zo een recht ontzegd dat alle andere Belgen wel hebben, gewoon omdat haar vermeende biologische vader koning is. Dat kan toch niet? De afstamming van Boël is geen staatszaak, hier is de koninklijke onschendbaarheid niet op haar plaats.

Koning Filip houdt zich ook niet altijd aan de regels, wat dom is. Prins Amedeo is gehuwd zonder het vereiste akkoord van de koning. Hij is hierdoor zijn rechten op de troon verloren. Plots komt er dan een Koninklijk Besluit dat dit retroactief rechtzet. Dit kan niet, de Grondwet bepaalt dat Kamer en Senaat hun toestemming moeten geven. Het besluit is medeondertekend door premier Charles Michel (MR) en minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Zij zijn hiervoor politiek verantwoordelijk.

Eerlijk, Michel en Geens hadden Filip Amedeogate kunnen besparen. Beide ministers hebben de monarchie willen helpen, maar hebben haar in diskrediet gebracht. De koning die buiten de Grondwet treedt, dat doet de monarchie geen goed.

Het sprookje eindigt

Het probleem is evenwel fundamenteler. De Belgische koning moet een federatie belichamen die niet bestaat. Ze is de optelsom van meerdere kleine republieken die we gemeenschappen en gewesten noemen. Die deelstaten zijn tegenpolen. Probeer maar eens tegelijk Vlaanderen en Wallonië te belichamen. Het is een onmogelijke taak. Zelfs wanneer de koning het voortbestaan van België verdedigt – wat een evidentie is in zijn positie – wordt hem partijdigheid verweten. Wie vindt dat de koning België moet belichamen, belast hem met een onmogelijke opdracht. Meer nog, het is een opdracht die hem in communautair vaarwater brengt. Een gevaarlijker mijnenveld bestaat niet voor een vorst.

De monarchie kan alleen maar overleven indien ze grondig wordt gemoderniseerd. Maar net dat debat is taboe. Dan weet iedereen hoe dit sprookje eindigt.