Taaltoestanden in het leger, versie RTBf

De legertop verfranst, ondanks communautaire stilstand en een bevoegde N-VA-minister.

Het was een merkwaardige uitzending van ‘Question à la une’ (RTBf) vorige week. Thema: het vervlaamsen van België. Naar aloude gewoonte stellen de Franstalige deskundigen en politici die aan het woord komen vast dat de Vlamingen de sleutelposten in handen hebben. Was het maar waar!

En dan plots komt men bij Defensie. De makers van de uitzending kunnen hun verwondering nauwelijks verbergen. N-VA-minister van Defensie Steven Vandeput is duidelijk Frans-vriendelijker dan zijn voorganger Pieter De Crem (CD&V). ‘Une évolution qui pourrait surprendre, avec un ministre N-VA’, concludeert RTBf.

Hoe zit het? Bij het leger zijn er geen taalkaders. Wel is er een politieke afspraak om een verdeling te hanteren van 60% Nederlandstaligen en 40% Franstaligen.

Pieter De Crem is indertijd zwaar aangepakt door kolonel Luc Gennart, bevelhebber van de luchtmachtbasis in Florennes, en door Denis Ducarme (MR). Zij beschuldigen De Crem van vervlaamsing van het leger. Ook de voorganger van De Crem, André Flahaut (PS) heeft herhaaldelijk de vervlaamsing van de legertop aangeklaagd. Onder de vorige legislatuur is er zelfs een heuse werkgroep ‘taalevenwicht bij het leger’ opgericht.

Luc Gennart, vandaag schepen voor MR te Namen, en Denis Ducarme zijn nu bijzonder tevreden over minister Vandeput. En ze hebben daar alle reden toe. Laten we de cijfers even bekijken die RTBf meegeeft.

Onder Pieter De Crem was de hoge legertop samengesteld uit 72% Nederlandstaligen en 28% Franstaligen (cijfers 2010). Vandeput zorgt voor 54,5% Nederlandstaligen en 45,5% Franstaligen (cijfers 2016). En dat in tijden van communautaire standstill.

Op het scherm verschijnt een glunderende minister van Defensie: ‘Regarde ce que je fais, regarde le résultat de mes actions’, verklaart hij aan de Franstalige zender. Verder heeft hij het over een verhouding 60/40, duidelijk niet beseffend dat de cijfers van RTBf dichter liggen bij 50/50 dan bij 60/40.

Maar er is veel meer aan de hand bij Defensie. Uit een antwoord op een interpellatie van Barbara Pas (Vlaams Belang) blijkt dat de verhoudingen bij de onderofficieren en de vrijwilligers ook ver van de verhouding 60/40 zitten. Bij de onderofficieren zijn er 57% Nederlandstaligen en 43% Franstaligen. Bij de vrijwilligers zelfs maar 51% Nederlandstaligen en 49% Franstaligen.

De laatste jaren blijven de cijfers van de onderofficieren en de vrijwilligers stabiel. Aan deze voor de Vlamingen nadelige situatie heeft Vandeput niets veranderd. En N-VA vindt dit prima. In het verslag leest men volgend onthutsende tussenkomst van N-VA-Kamerlid Peter Buysrogge: ‘Mijnheer de minister, in tegenstelling tot mevrouw Pas ben ik wel tevreden met uw antwoord. Er is inderdaad geen positieve evolutie, maar ook geen negatieve’. Toch een standstill dus, maar wel ten nadele van de Vlamingen.

Bij de officieren daarentegen is er een verhouding van 61% Nederlandstaligen en 39% Franstaligen. Hier zit men dicht bij de sleutel 60/40.

Waar het dus grondig fout loopt is bij de hogere legertop, wat blijkt uit de cijfers van RTBf: 54,5% Nederlandstaligen en 45,5% Franstaligen.

Het is misschien aan uw aandacht ontsnapt, maar in een recent interview verklaart chef Defensie generaal Marc Compernol over minister Steven Vandeput: ‘Ik heb hem nog geen enkele keer kunnen betrappen op Vlaams-nationalistische reflexen’. De generaal heeft overduidelijk gelijk.

Dit artikel verscheen op doorbraak.be