Privéreizen koning Filip kosten belastingbetaler € 84.111

Voor officiële verplaatsingen mogen de koning en de koninklijke familie beroep doen op de vliegtuigen van het Belgische leger. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een economische missie. Maar ook voor privéreizen, zoals een vakantie, kan het koningshuis gebruik maken van vliegtuigen op kosten van Defensie. Veerle Wouters stelde er een parlementaire vraag over aan bevoegd minister Steven Vandeput (N-VA).

De koning onderneemt in 2016 in totaal achttien reizen voor een totaalbedrag van 373.465,76 euro. Elf van de achttien (!) hiervan zijn privéreizen. Zo zakt de vorst tweemaal af naar Zwitserland, zesmaal naar Frankrijk, tweemaal naar Italië en eenmaal naar Portugal. Zijn privéreisjes kosten de belastingbetaler 84.110,96 euro.

vliegtuigen
Lees hier de parlementaire vragen van Veerle Wouters over het gebruik van de legervliegtuigen door de koninklijke familie, en het antwoord van minister van Defensie Vandeput.

De andere zeven reizen zijn officiële aangelegenheden. De trip die in het oog springt is de reis naar Japan. Totale kost voor de Staat: 227.778,56 euro. De koning besteedt dus meer belastinggeld aan privéreizen dan aan officiële reizen, als je geen rekening houdt met de reis naar Japan!

De rest van de koninklijke familie gebruikt in 2016 slechts tweemaal de legervliegtuigen, maar wel telkens voor officiële verplaatsingen. Prinses Astrid gaat voor 7.343,97 euro naar Italië, en samen met prins Lorenz gaat ze voor 2.878,9 euro naar Groot-Brittannië.

Totale kost voor de verplaatsingen van het koningshuis in 2016: 383.688,63 euro.

Sire, we wensen u een goede vlucht … de belastingbetaler betaalt.