Onze Westerse manier van samenleven staat op het spel

Gewelddadig Jihadisme heeft niets te maken met vrije mening. Het is een probleem van een religie, niet van een mening. Hoog tijd om dit onder ogen te zien, schrijven Veerle Wouters en Hendrik Vuye in een opiniestuk op Knack.be.

Men wil weer morrelen aan de vrije mening. Dit is een absurd voorstel, schreven we vorige zomer. Vrije meningsuiting zorgt voor pluralisme, het wezenlijk kenmerk van de democratie. Vrije meningsuiting is de basis van de persvrijheid, de academische vrijheid, de immuniteit van het pleidooi van de advocaat die zijn cliënt bijstaat, de vakbondsman die de werknemers verdedigt, de ‘freedom of speech’ van de politicus die zijn kiezers vertegenwoordigt, … Politieke partijen, consumentenorganisaties, vakbonden, werkgeversorganisaties, denktanks, studiecentra,… het zijn allemaal exponenten van de vrije meningsuiting.

Zwarte Piet, de Kerststal, een ‘lachend kakske’ en bloemenmeisjes

Wetten die de vrije mening beperken brengen niets bij. Typevoorbeeld is de negationismewet. Deze wet is overbodig, hij wordt nauwelijks toegepast.

Vaak monden dergelijke wetten uit in zinloze discussies. De racismewetgeving brengt ons tot een debat over Zwarte Piet. De antidiscriminatiewetgeving leidt ons naar een debat over de Kerststal. Unia opent zelfs een dossier over Miss België die een ‘lachend kakske’ post op sociale media. Klap op de vuurpijl is de seksismewet, nu zijn zelfs bloemenmeisjes op een wielerkoers ongewenst. Waar zijn we eigenlijk mee bezig?

Stoere taal om de kiezer te bekoren

Men wil terrorisme bestrijden door de vrije meningsuiting aan banden te leggen. Via een interpretatieve wet wil men het verheerlijken van terreur – op basis van verscheidene, met elkaar overeenstemmende tekenen – uitdrukkelijk bestraffen. Straffe taal om de kiezer te bekoren, maar dit brengt geen zoden aan de dijk. Dit blijkt al uit het feit dat het om een interpretatieve wet gaat. Dergelijke wet bevat geen nieuwe rechtsregels.

Het criterium is overgenomen van artikel 15ter van de wet op de partijfinanciering. Het biedt het voordeel dat het de toets van het Grondwettelijk Hof al heeft doorstaan. Een politieke partij die ‘door middel van verscheidene, met elkaar overeenstemmende tekenen, aantoont dat ze vijandig staat’ tegenover het Mensenrechtenverdrag (EVRM), kan haar partijfinanciering verliezen. Alleen, ken je een partij die ooit haar financiering is verloren? En het is niet omdat men het niet heeft geprobeerd. Wel omdat het Grondwettelijk Hof oordeelt dat het criterium enkel kan begrepen worden als een aanzetten tot schending van een vigerende rechtsnorm, zoals het aanzetten tot het plegen van geweld. Bovendien is de sanctie geen strafsanctie. De partij verliest wel haar financiering, maar ze kan politiek actief blijven. De mening op zich is dus niet verboden.

‘Gewelddadig jihadisme heeft niets te maken met vrije meningsuiting: het is een probleem van een religie’

Dit voorstel brengt niets bij. Geweld, oproepen tot geweld, terrorisme, mededaderschap of medeplichtigheid aan deze handelingen, zijn allemaal strafbaar. Maar zo’n stoere taal, het weet de kiezer te bekoren. Net zoals dat algemeen boerkiniverbod, waar we niets meer van horen. Alleen, hiermee zullen we geen aanslagen voorkomen. Gewelddadig Jihadisme is geen probleem van vrije meningsuiting. Er worden geen aanslagen gepleegd in naam van een mening, maar in naam van een religie.

Valse argumenten bezoedelen het debat

We horen vaak het argument dat gewelddadig Jihadisme geen probleem is ‘met’, maar wel ‘in’ de Islam. Dit is een variant van een gekend argument. Wie de excessen van een religie bekritiseert, krijgt steevast van een gelovige te horen: dit is onze religie niet. Dit was al zo decennia geleden, toen er nog scherpe discussies werden gevoerd tussen vrijzinnigen en katholieken. De kruistochten, dat is het christendom niet. Net zoals men nu hoort: terroristische aanslagen, dat is de Islam niet.

De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-’61) beschrijft dit fenomeen haarscherp. Geloof kan men niet bestrijden met feiten. Zelfs de meest gruwelijke feiten zal de gelovige ontkennen als iets wat niet had moeten of mogen zijn. Als iets dat niet tot het wezen van zijn religie behoort. ‘Il plaidera coupable pour le passé et innocent pour l’avenir’.

Dit is ook nu het geval. Er worden aanslagen gepleegd in naam van de Islam, er worden vrouwen gestenigd in naam van de Islam, er worden homo’s van daken gegooid in naam van de Islam, er worden verschrikkelijke dictaturen ingesteld in naam van de Islam, er zijn sexslavinnen in naam van de Islam, er worden hoofden afgesneden in naam van de Islam, … Een probleem ‘in’ de Islam is ook een probleem ‘met’ en ‘van’ de Islam.

De plaats van religies in de Westerse maatschappij

Religie is niet alleen een inwendige God, schrijft Merleau-Ponty, het is ook een uitwendige God die een plaats opeist in de geschiedenis. Het is een God die aanwezig is en wil zijn in onze staatsorganisatie. Dit geldt niet alleen voor de Islam, maar ook voor andere godsdiensten. Tot voor kort was het katholicisme prominent aanwezig in ons politieke bestel. Van een scheiding tussen kerk en staat is lang geen sprake geweest.

‘Wie enkel zijn religie kent als grond van recht, plaatst zich buiten de maatschappij.’

We moeten ons bezinnen over de plaats van religies in onze Westerse maatschappij.

Onze maatschappij biedt vele vrijheden: vrijheid van meningsuiting, recht op privacy, vrijheid van godsdienst, vrijheid van vereniging en vergadering, … Maar die vrijheden, ook de vrijheid van godsdienst, bestaan binnen onze maatschappij, niet naast en zeker niet boven onze maatschappij.

Wie enkel zijn religie kent als grond van recht, plaatst zich buiten de maatschappij. Daarom hebben we ook voorgesteld om in de Grondwet in te schrijven dat niemand zich kan onttrekken aan de geldende rechtsregels op grond van religieuze of levensbeschouwelijke motieven. We moeten de eigenheid van ons Westers model niet verloochenen, maar benadrukken en verdedigen.

Religie en waarden

Een religie kan een vehikel zijn dat waarden doorgeeft. Maar we moeten ook niet onnozel zijn. Een religie kan even goed drager zijn van de meest verschrikkelijke dingen. Onze geschiedenis is doorspekt van godsdienstoorlogen en van misdaden in naam van een religie.

Sommige religies kunnen perfect functioneren binnen de grenzen van de Verlichting. Zo heeft het katholicisme zich aangepast aan de seculiere maatschappij. Maar ook dit is niet zonder slag of stoot verlopen. Vandaag worden we geconfronteerd met misdaden in naam van de Islam. Dit is wel degelijk een probleem van de Islam. Het is ook de Islam die dat probleem zal moeten oplossen. De Islam zal ondubbelzinnig ons staatsbestel dat gestoeld is op scheiding van kerk en staat, moeten aanvaarden.

Gewelddadig Jihadisme is geen probleem van vrije mening. Het is een probleem van een religie. Hier kunnen en moeten we ingrijpen. Er zijn vele pistes denkbaar. Zo verplicht niemand ons om moskeeën te erkennen. Men kan ook perfect een meldingsplicht invoeren voor garagemoskeeën. Het is ook mogelijk om buitenlandse financiering van gebedsplaatsen tegen te gaan. Dit debat moeten we voeren want er staat veel op het spel: onze Westerse manier van samenleven.