Exit stemrecht Vlamingen in het buitenland

Waarom zouden we Vlaams doen wat Belgisch kan?

De Belgen in het buitenland stemmen voor het eerst mee bij de federale verkiezingen van 1999. Voor de deelstaatparlementen bestaat deze mogelijkheid nog niet. Vorige donderdag stond een ontwerp van bijzondere wet van de ministers Jan Jambon (N-VA) en Didier Reynders (MR) op de agenda van de plenaire van de Kamer om ook dit te regelen. Na uren debat is het ontwerp ingetrokken. Een politieke nederlaag die kan tellen.

Maar wacht even, een bijzondere wet, dat is toch een grendel? Inderdaad, er moet een meerderheid zijn van twee derde van de stemmen, maar ook een meerderheid in elke taalgroep. Er is geen meerderheid in de Franse taalgroep. PS, cdH en FDF zijn tegen het ontwerp. Dit zijn Jambon en Reynders even uit het oog verloren. De ‘depanneurs’ van Ecolo/Groen zijn wel bereid om voor te stemmen.

In de Nederlandse taalgroep is er wel een meerderheid. En toch, we mogen tevreden zijn dat dit ontwerp van bijzondere wet niet is gestemd. Ooit waren de Vlaamse partijen voor constitutieve autonomie, nu hebben ze de kar gekeerd.

Op zijn Belgisch of op zijn Vlaams?

Men kan dit stemrecht voor de verkiezing van de deelstaatparlementen juridisch-technisch op twee verschillende manieren realiseren: op zijn Belgisch, of toch (een beetje) op zijn Vlaams.

Hoe doet men het op zijn Belgisch? Men past op federaal niveau de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan. Het federale parlement bepaalt dan hoe de verkiezingen van de deelstaten worden georganiseerd. Men vergrendelt dit bovendien in de bijzondere wet. De regeling kan men in de toekomst niet meer wijzigen, tenzij met het akkoord van de Franstaligen.

Een tweede mogelijkheid is om dit te realiseren via de constitutieve autonomie. Dit betekent dat men in de bijzondere wet inschrijft dat de deelstaatparlementen zelf kunnen beslissen of Belgen in het buitenland al dan niet mogen stemmen. De deelstaten bepalen ook de modaliteiten. Zo bekomt het Vlaams Parlement meer autonomie.

Het wetsontwerp van Jan Jambon (N-VA) en Didier Reynders (MR) kiest voor de Belgische piste. Waarom zouden we Vlaams doen, wat Belgisch kan? Waarom zouden we autonomie geven aan het Vlaams Parlement, indien we een nieuwe grendel in het leven kunnen roepen? Dit is blijkbaar het nieuwe credo.

Er waren eens in de Kamer … parels voor de zwijnen

Nu zijn de Vlaamse partijen van de regering-Michel bereid om de vergrendeling van het stemrecht van de Vlamingen in het buitenland in de bijzondere wet te stemmen. Ooit waren ze nochtans voorstander van constitutieve autonomie.

We keren even terug in de tijd naar de Kamerzitting van 20 juni 2012. Ben Weyts (N-VA) steekt van wal: ‘De logica zou zijn de deelstaten constitutieve autonomie te geven, zodat Vlaanderen en Wallonië, elk voor zich, de organisatie van de eigen verkiezingen in binnen- en buitenland kunnen beslissen. Constitutieve autonomie is een zaak die alle Vlaamse partijen voorstaan’. Ook Jan Jambon (N-VA) breekt een lans voor de constitutieve autonomie. Hij sneert zelfs tegen de Vlaamse partijen van de regering-Di Rupo omdat ze geen doorbraak hebben geforceerd inzake de constitutieve autonomie. En wanneer Ben Weyts stelt dat hij aan de regering-Di Rupo een laatste keer wil uitleggen wat constitutieve autonomie is, roept Jan Jambon in de plenaire vergadering van de Kamer: ‘parels voor de zwijnen’.

Stefaan Van Hecke (Groen) toont zich voorstander van constitutieve autonomie en stelt dat zijn partij dit principe heeft verdedigd aan de onderhandelingstafel. En dan komt Luk Van Biesen (Open Vld) aan het woord: ‘Onze partij is er voorstander van om de totale autonomie dienaangaande te geven aan elk parlement, om zelf te bepalen welke zijn kiezers zijn en om, met andere woorden, de Belgen in het buitenland toe te voegen bij de verkiezingen voor bijvoorbeeld de Vlaamse verkiezingen of voor de andere niveaus. Elk niveau zou dat voor zich moeten uitmaken, aangezien er geen hiërarchie bestaat tussen de parlementen’.

Intussen aan de overkant van de straat, in het Vlaams Parlement

Begin maart 2016, bij de voorstelling van het handboek staatsrecht van Stefan Sottiaux (KU Leuven) pleit minister-president Geert Bourgeois (N-VA) voor ‘constitutieve autonomie, of de mogelijkheid om zelf een Grondwet uit te vaardigen en de eigen instellingen vorm te geven’.

In de 5 resoluties gestemd door het Vlaams parlement in 1999 leest men: ‘De bevoegdheid van de deelstaten om de eigen instellingen te regelen dient uitgebreid te worden. De deelstaten moeten een eigen grondwetgevende autonomie verwerven, met eerbiediging van een federaal kader’. Ook de Octopusnota (2008) leert: ‘Ten eerste vragen wij een grotere constitutieve autonomie. De bevoegdheid van de deelstaten om hun eigen instellingen te regelen moet worden uitgebreid. In een verder perspectief is het aangewezen dat zowel Vlaanderen als Wallonië beschikken over een eigen grondwetgevende autonomie, weliswaar binnen de grenzen van een afgesproken federaal kader. Enkel op die manier kunnen de deelstaten hun verzelfstandiging invullen. Eigen grondwetgevende bevoegdheid is ook niet meer dan een logische evolutie binnen een federale staat en is een versterking van de democratische onderbouw’. De grote verdediger van de Octopusnota was eertijds minister-president Kris Peeters (CD&V). Federaal vice-premier Kris Peeters ziet dit anders.

In Vlaanderen zweert men graag dure Vlaamse eden. N-VA, CD&V, Open Vld, sp.a en Groen waren ooit grote verdedigers van de constitutieve autonomie. Maar eens het er echt op aankomt, dan doet men het op zijn Belgisch. In de Commissie Grondwet van de Kamer antwoordt minister Jan Jambon (N-VA) op onze kritiek: ‘Ieder diertje zijn pleziertje, maar dit wordt nu gestemd’. De plenaire vergadering van de Kamer gunt Jan Jambon zijn Belgisch pleziertje niet. Met dank aan de Franse taalgroep.

Dit artikel verscheen op doorbraak.be