De toekomst van ‘Ostbelgien’ (Duitstalige Gemeenschap)

De Duitstalige Gemeenschap nodigde in september vorig jaar Veerle Wouters en Hendrik Vuye uit op een studiedag over de toekomst van België. Hun bijdrage wordt dit jaar nog gepubliceerd in het boek Die Besonderheiten des belgischen Bundesstaatsmodells und seine Auswirkungen auf die Rechtsstellung der Deutschsprachigen Gemeinschaft. Duitstalig België pleit voor een België dat bestaat uit vier deelgebieden: Vlaanderen, Wallonië, Brussel en ‘Ostbelgien’. Zoals steeds komen Veerle en Hendrik met een duidelijke visie en werpen ze een kritische blik op dit model.

Het toeval wil dat Bart Maddens vandaag op Doorbraak.be een opiniestuk schrijft over de naamsverandering die de Duitstalige Gemeenschap recent heeft aangekondigd. Voortaan gebruiken de Duitstaligen niet langer de officiële benaming Duitstalige Gemeenschap, maar wel ‘Ostbelgien’. Dit heeft onmiskenbaar een ‘belgische bijklank’. Zoals Bart Maddens terecht opmerkt past deze naamswijziging in het model van een België met vier deelstaten.

Veerle op de studiedag van de Duitstalige Gemeenschap op 16 september 2016. Foto van BRF, geraadpleegd op http://brf.be/regional/1022891/

In hun bijdrage waarschuwen Veerle en Hendrik voor de verstrekkende gevolgen die dit model heeft. Tegelijk pleiten voor het behoud van België en voor een België met vier deelstaten is contradictorisch. Beide standpunten gaan niet samen.

Op de nieuwssite van de Duitstalige zender BRF kon men de dag van de studiedag lezen: ‘In Wouters’ Vortrag ging es natürlich auch um die Forderung der Deutschsprachigen Gemeinschaft nach einem Belgien zu viert, was 2011 in einer Grundsatzerklärung formuliert worden war. Und da sagt Veerle Wouters, die auch … in der Föderalen Kammer sitzt, zwischen den Zeilen: Kommt das Belgien zu viert, dann ist das das Ende von Belgien.

Lees hier het besluit van de bijdrage van Veerle en Hendrik:

“Is het verstandig voor de Duitstalige Gemeenschap om te kiezen voor een België met vier? Dit betekent onvermijdelijk dat er een soort bondgenootschap komt tussen de politieke eis van Brusselse Franstaligen om van Brussel ‘une région à part entière’ te maken en de verzuchtingen van de Duitstaligen.

Nochtans is er geen enkele band tussen beide deelstaten. Hun geschiedenis is helemaal anders. Er zijn staatsrechtelijk zelfs wezenlijke verschillen. Vlaanderen en de Franse Gemeenschap oefenen wel gemeenschapsbevoegdheden uit op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, maar niet op het grondgebied van de Duitstalige Gemeenschap. De Duitstalige Gemeenschap heeft ook geen banden met Brussel en oefent er geen bevoegdheden uit.

Historisch is Brussel een Vlaamse stad. Het is de hoofdstad van Vlaanderen. De aanwezigheid van Vlaanderen te Brussel, is en blijft voor Vlaanderen bijzonder belangrijk. Dit hoeft echter geen rem te zijn op de verdere ontwikkeling van de Duitstalige Gemeenschap.

Het is overduidelijk dat Brussel financieel niet op eigen benen kan staan. Brussel heeft het Vlaamse en/of Waalse geld nodig. Dit maakt echter dat de aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap te Brussel het cement is dat België samenhoudt. Tsjechië en Slowakije konden makkelijk scheiden omdat er geen gemeenschappelijke hoofdstad was om over te bekvechten. Een opdeling van België is welhaast uitgesloten zolang Brussel de gemeenschappelijke hoofdstad blijft. Maar indien de Vlaamse Gemeenschap geen bevoegdheden meer uitoefent op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, wat zal dan de drijfveer zijn voor die Vlaamse Gemeenschap om financieel te blijven investeren in Brussel? Meer nog, wat zal dan de drijfveer zijn van de Vlaamse Gemeenschap om lid te blijven van de Belgische federatie? Wie pleit voor een model met vier, verliest dit best niet uit het oog”.