Politieke verantwoordelijkheid is in België een hol begrip

Didier Reynders (MR) moet zich verantwoorden voor de Kamer voor de Belgische steun aan het Saudi-Arabische lidmaatschap van de VN-Vrouwenrechtencommissie. Een schouwspel, want politieke verantwoordelijkheid is in België een hol begrip, stellen Veerle Wouters en Hendrik Vuye in een opiniestuk op Knack.be.

Bestaat politieke verantwoordelijkheid in België? Vandaag moet Didier Reynders (MR) uitleg verschaffen in de Kamer. Mede dankzij de steun van België is Saudi-Arabië nu lid van de VN-Vrouwenrechtencommissie. Ondenkbaar, maar toch is het zo. Het kabinet-Reynders was op de hoogte. Is de minister hier dan niet politiek verantwoordelijk voor? Blijkbaar niet, want Reynders haast zich om te stellen dat hij niet persoonlijk op de hoogte was. Is dat voldoende?

Een minister is politiek verantwoordelijk voor zijn kabinet. Dit zijn de naaste medewerkers van de minister. Hij kiest ze zelf. Toch zal Reynders op post blijven. Politieke verantwoordelijkheid is een hol begrip in België. Zelfs hier heerst de particratie. De minister moet alleen aftreden wanneer zijn of haar partij hem tot aftreden dwingt. Zo vergaat het Jacqueline Galant (MR) en ook Annemie Turtelboom (Open VLD).

‘Politieke verantwoordelijkheid is in België een hol begrip’

Politieke verantwoordelijkheid volgt in België de Eyskens-doctrine. Even terug naar die tijd. Een Belgische familie wordt gegijzeld door de Palestijnse terreurgroep Aboe Nidal. In januari 1991 wordt Walid Khaled, de woordvoerder van de terreurgroep, te Brussel opgepakt. Hij wordt al snel vrijgelaten, want hij is in het bezit van een geldig toeristenvisum. Minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens komt onder vuur. Wie heeft dat visum uitgereikt? Eyskens verdedigt zich door te stellen dat hij niet persoonlijk op de hoogte is van de uitreiking. Twee topdiplomaten krijgen dan maar de Zwarte Piet doorgeschoven en nemen ontslag. Eyskens weigert af te treden en CD&V gaat pal achter hem staan. Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene verdedigen hem in de regering, zelfs wanneer blijkt dat de toekenning van het visum in een nota staat die Eyskens niet heeft gelezen. Eyskens zal uiteindelijk het vertrouwen krijgen van de Kamer. Die dag hebben de Kamerleden zelf de politieke verantwoordelijkheid ten grave gedragen. Voortaan beslissen de partijen wie minister wordt en blijft.

Bij de staatshervorming van 1993 wordt de Eyskens-doctrine in de Grondwet verankerd. Men schiet de individuele politieke verantwoordelijkheid aan flarden. Een constructieve motie van wantrouwen die een minister verplicht om af te treden, kan de Kamer alleen stemmen tegen de regering als geheel, niet tegen één minister. Zo is de politieke verantwoordelijkheid collectief geworden. Dit betekent dat wanneer één minister in woelig vaarwater terechtkomt, dit onmiddellijk een zaak wordt van de volledige regering.

De Eyskens-doctrine heeft drie kenmerken: het afwijzen van persoonlijke verantwoordelijkheid voor fouten van de dienst en zelfs van het kabinet, de prominente rol van de partijleider en de solidariteit binnen de regering.

De verdedigingslinie die ministers van de regering-Michel gebruiken wanneer ze in moeilijkheden komen, beantwoordt aan deze Eyskens-doctrine. Elke persoonlijke verantwoordelijkheid wijzen ze af. Zo bijvoorbeeld Jan Jambon (N-VA) met zijn beruchte uitspraak: ‘Hier heeft geen dienst, geen directie, geen politieapparaat, maar wel één iemand geblunderd’. Hij zou even overwogen hebben ontslag te nemen, maar wordt op andere gedachten gebracht door zijn partijvoorzitter. Wanneer nadien blijkt dat die ‘ene verbindingsofficier’ niet geblunderd heeft, blijft de partij pal achter Jambon staan. En wanneer bekend geraakt dat een partijvoorzitter zelfs een vergadering heeft bijgewoond met de politietop, dan luidt het laconieke antwoord van de spindoctors: ‘Heeft de oppositie nu niets anders te doen? Een minister stond op het punt om zijn ontslag te geven. Waar gaat dit over?’. De partijvoorzitter heeft nu blijkbaar al een recht op informatie vanwege de politietop. De particratie regeert dit land, meer dan ooit tevoren.

Apenland

Dezelfde verdedigingslijn volgt Reynders, ook hij wimpelt elke persoonlijke verantwoordelijkheid af en verwijst in eerste instantie naar de Belgische permanente vertegenwoordiger bij de VN. Nadien blijkt echter dat het kabinet wel op de hoogte is, maar ook deze keer zal dit niet doorslaggevend zijn. Het is ondenkbaar dat MR Reynders laat vallen, dit zou het delicate evenwicht tussen de clan-Michel en de clan-Reynders in gevaar brengen. MR blijft Reynders steunen, dus zal hij overleven want de regering kan niet anders dan de rangen te sluiten. De andere partijen hebben de keuze: Reynders steunen of de regering laten vallen.

Mark Eyskens zelf heeft het cynisme van de Eyskens-doctrine ten top gedreven. In De Volkskrant verklaart hij in volle Khaled-crisis: ‘Mocht ik in de Britse regering hebben gezeten, dan was ik natuurlijk al lang opgestapt’. Maar dat hoeft niet, stelt Eyskens ‘in een apenland’. Vele jaren later zal Wilfried Martens in zijn memoires schrijven dat zijn steun aan Eyskens in de Khaled-zaak een van de grote vergissingen is van zijn politieke loopbaan. Hij pleit voor een andere ministeriële deontologie waarbij de minister door zijn ontslag zijn gediscrediteerde dienst met een nieuwe lei laat beginnen.

Een zeldzame keer gebeurt dat ook. In 1998 bijvoorbeeld wanneer Stefaan De Clerck (CD&V) en Johan Vande Lanotte (sp.a) ontslag nemen na de ontsnapping van Marc Dutroux. Beide ministers hebben daar persoonlijk geen enkele schuld aan. In december 2008 neemt minister van Justitie Jo Vandeurzen (CD&V) ontslag wanneer hij wordt in verband gebracht met Fortisgate. Het ontslag van Vandeurzen leidt tot de val van de regering-Leterme. Vandeurzen volgt hier de visie van Wilfried Martens en later zal zijn onschuld blijken. Dit voorbeeld toont aan dat het ontslag van een minister vrij snel een regeringszaak wordt. Een minister die de steun van zijn partij geniet, zal dan ook meestal aanblijven. Wanneer in 2006 de staatsveiligheid Fehrye Erdal uit het oog verliest, blijven minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) en Justitieminister Laurette Onkelinx (PS) op post. Zelfs wanneer er 28 gevangenen ontsnappen uit de gevangenis van Dendermonde blijft Onkelinx op post. Net zoals Jambon en Reynders op post blijven. Van enige verandering is alvast geen sprake.

Bloedarmoede in onze parlementaire democratie

Wij pleiten er niet voor dat een minister moet ontslag nemen bij de minste politieke rimpel. Wel moet het debat in de Kamer worden gevoerd. De Kamerleden moeten beslissen en niet de partijleider. En het moet een inhoudelijk debat zijn. De karikatuur die meerderheid en oppositie vandaag zullen ten toon spreiden in de Kamer, bewijst dat onze parlementaire democratie aan bloedarmoede lijdt. De gespeelde verontwaardiging van Kristof Calvo (Groen) zal weer eens van het scherm afstralen, alsof dat de democratie een millimeter verder helpt. Neen, want ook dat is particratie. En de kamerleden van de meerderheid, die hebben al de instructie ontvangen om Reynders te steunen. Waar gaat dat Kamerdebat eigenlijk nog over?

Hoog tijd om het parlement te herwaarderen met inhoudelijke debatten. Doen we dat niet, dan heeft Mark Eyskens uiteindelijk gelijk … Democratie overal, behalve in dit apenland van de particratie.

%d bloggers liken dit: