Van Overtveldt: haast en spoed is altijd goed

De parlementaire molen maalt traag. Daarom bestaat er een spoedprocedure. Zo kan de regering voor haar ontwerpen een spoedbehandeling vragen. In het parlementaire jargon is dit de urgentieverklaring. De regering-Michel vraagt vaak de spoedbehandeling. Niet zozeer omdat deze regering veel spoedeisende zaken regelt, maar wel omdat ministers hun ontwerpen met veel vertraging indienen bij de Kamer…

Het Kamerreglement bepaalt dat een urgentieverklaring kan gevraagd worden ‘door de regering, uiterlijk bij de indiening van een wetsontwerp in de Kamer’. Sommige ministers hebben dit nog steeds niet begrepen en vergeten de urgentie te vragen bij de indiening van hun ontwerp. Ze vragen dat dan vaak pas als het ontwerp al in bespreking is. Strikt genomen kan dit niet, maar de Kamerleden van de meerderheid stemmen gedwee de urgentie. Particratie oblige.

Minister van Financiën Van Overtveldt (N-VA) is al meermaals vergeten om een urgentieverklaring af te leggen bij de indiening. Vorige donderdag (18 mei) maakt hij het echter bijzonder bont. Hij laat minister van Justitie Koen Geens (CD&V) de spoedbehandeling vragen voor een wetsontwerp dat reeds gestemd is in de Commissie Financiën. Gekker kan het niet, want dit ontwerp komt sowieso op de agenda van de volgende plenaire vergadering. De spoedprocedure is dan ook zinloos. Nog gekker is dat minister Van Overtveldt niet eens weet dat zijn ontwerp reeds is gestemd in de Commissie Financiën.

Het debat dat volgt in de plenaire vergadering van 18 mei, is surrealistisch:

Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, dit is een urgentie die gevraagd wordt door collega Van Overtveldt en die gerechtvaardigd wordt door het verstrijken van de aanslagtermijn voor aanslagjaar 2016 op 30 juni 2017.

Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb toch een vraag bij de urgentie die hier gevraagd wordt. Het ontwerp dat de minister nu toelicht is gisteren unaniem goedgekeurd in de commissie. Kunt u mij eens uitleggen waarom dan vandaag de urgentie gevraagd wordt?

Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, cela n’a aucun sens! Nous avons voté en commission cette semaine. Je ne comprends pas. Cela n’a strictement aucun sens!

Le président (Siegfried Bracke): Je ne peux que constater que le gouvernement demande l’urgence.

Kamerleden van de meerderheid beseffen maar al te goed dat dit verzoek tot hoogdringende behandeling geen enkele zin heeft. Sommigen zuchten, anderen rollen met de ogen. Maar de particratie gebiedt hen elk het verzoek van de regering te stemmen:

De voorzitter: Wij gaan dus elektronisch stemmen over de vraag tot urgentie.

Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

Ja: 70
Nee: 55 
Onthoudingen: 0 
Totaal: 125

Bijgevolg is de urgentie aangenomen.

Conclusie: urgentie is aangenomen. Maar wat blijkt: de meerderheid is niet in aantal om over te gaan tot de stemming van de besproken wetsontwerpen. En zo wordt vervolgens de vergadering geschorst totdat de meerderheid in aantal is!

Nu is het echt wachten op een urgentieverklaring voor een wet die reeds in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd. Wat zal de meerderheid dan doen? Wel, zelfs dan zal de urgentie worden gestemd. Particratie oblige of de ‘helaasheid’ van het Belgische parlement.