De ecocheque in het land van de particratie

Wordt de ecocheque elektronisch, of komt er een ecovergoeding? Vuye en Wouters werpen hun licht op de zaak in een opiniestuk op Doorbraak.be. Het dossier zit helemaal vast. De Kamerleden geraken er niet uit. Sommigen komen op hun woorden terug en durven hun eigen voorstel niet meer te stemmen, anderen willen dat de regering de knoop doorhakt. Particratie en parlementaire democratie: het gaan niet samen. De Kamer heeft in dit dossier nogmaals haar machteloosheid tentoongespreid.

De ecocheque zag het levenslicht bij het interprofessioneel akkoord van 22 december 2008. De ‘Groep van 10’ kwam met de regering overeen een nieuw extralegaal voordeel uit te werken. Ter compensatie van beperkte loonsverhogingen creëerde men een nettovoordeel in de vorm van papieren ‘ecocheques’ met een maximum van 250 euro per jaar.

De ecocheque kan enkel gebruikt worden om vóór een bepaalde vervaldatum (2 jaar geldig) ‘ecologische’ producten en diensten aan te kopen bij handelaars die deze cheques aanvaarden. In de praktijk loopt het wel eens anders en worden ook ‘niet-ecologische’ producten aangekocht.

In 2014 worden aan 1.449.172 werknemers ecocheques toegekend voor een bedrag van 202 miljoen euro. Aan dit systeem van papieren ecocheques zijn heel wat kosten verbonden. Zowel de werkgevers als de handelaars betalen het systeem. De maatschappelijke kostprijs raamt men op 30 miljoen euro. Dat bedrag bestaat uit de commissie- en verzendingskosten, de administratieve rompslomp en het verlies of diefstal van de ecocheques bij verzending. Zo gaan er elk jaar voor ongeveer 5 miljoen euro aan ecocheques verloren omdat ze niet (tijdig) worden gebruikt. Dat geld blijft dan bij de uitgiftebedrijven van de cheques (Sodexo en Edenred).

Opmerkelijk is ook dat de FOD Arbeid en Sociaal Overleg in een advies zegt dat de betaling van werknemers met papieren ecocheques niet wettelijk is. Loon moet uitbetaald worden in een ‘gangbare munt’ en de werknemer moet vrij zijn in de aanwending van zijn loon.

Sinds 2016 heeft de werkgever de keuze of hij de ecocheques in papieren of elektronische vorm toekent. Ongeveer 30% van de ecocheques is vandaag al elektronisch.

Net om een oplossing te bieden aan die maatschappelijke kosten en de administratieve rompslomp, worden er momenteel twee voorstellen besproken in de Kamer. Een voorstel van Egbert Lachaert (Open VLD, medeondertekend door MR, CD&V, N-VA en V&W) en een voorstel van Veerle Wouters (V&W, bij de indiening nog N-VA). Bedoeling is de ecocheque te vervangen door een ecovergoeding. Dit is een vergoeding die de werknemer gewoon op zijn rekening gestort krijgt. In een eerste advies over deze voorstellen, stelt de Raad van State dat er mogelijk grondwettelijke bezwaren zijn in het licht van het gelijkheidsbeginsel. Wanneer het bedrag van de ecocheque wordt vervangen door een ecovergoeding, vraagt de Raad zich af of het wel nog verantwoord is om een voordelig fiscaal regime te handhaven.

Het advies was nauwelijks wereldkundig of minister Kris Peeters (CD&V) tweette dat de afschaffing van de ecocheque ongrondwettelijk is. Dit staat niet in het advies van de Raad van State. Wel is duidelijk dat CD&V dit voorstel niet langer genegen is.

In de Commissie voor Sociale Zaken leggen Egbert Lachaert en de V&W-fractie uit waarom het vervangen van de ecocheque door een ecovergoeding niét in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het enige verschil tussen papieren ecocheques, elektronische ecocheques en een ecovergoeding is de vorm die de toekenning van het bedrag aanneemt. Indien de netto-vergoeding die de huidige ecocheque vervangt in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, dan is de ecocheque zelf dit al evenzeer. Bovendien kent de Belgische fiscaliteit vaak voordelen toe aan de belastingplichtige, bijvoorbeeld aftrekposten of kredieten. Niemand stelt dat dit op zich in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Dit toont aan dat het wel degelijk mogelijk is om aan een afgebakende som een specifiek fiscaal statuut te geven.

Het gelijkheidsbeginsel laat bovendien een ongelijke behandeling toe, als zij beantwoordt aan een objectief criterium, redelijk verantwoord is, en niet buitensporig ten opzichte van het beoogde doel. Deze voorwaarden zijn vervuld. De toekenning van de ecovergoeding moet in een cao of een individuele arbeidsovereenkomst staan (waardoor er een objectief, redelijk verantwoord criterium is) en blijft beperkt tot ten hoogste 250 euro op jaarbasis (waardoor het voordeel niet buitensporig is).

Uiteindelijk komt er een tweede advies van de Raad van State. De Raad stelt vast dat er nu een verantwoording is in het licht van het gelijkheidsbeginsel. ‘Het zal in voorkomend geval aan het Grondwettelijk Hof toekomen om zich over deze verantwoording uit te spreken’.

Vorige dinsdag in de Commissie voor Sociale Zaken start het debat. Het advies van de Raad van State is voldoende munitie voor CD&V-kamerlid Stefaan Vercamer om de ecovergoeding naar de prullenmand te verwijzen. Samen met MR wil hij nu een elektronische ecocheque in plaats van een ecovergoeding. Volgens Vercamer zijn er onoverkomelijke juridische problemen, hoewel dit zoals gezegd niet in het advies van de Raad van State staat.

Vercamer maakt hier een bocht zoals alleen een CD&V’er dat kan. In januari 2017 was Vercamer nog één van de grootste verdedigers van de ecovergoeding. Hij schreef: ‘Ik diende in het verleden al wetsvoorstellen in om de ecocheque in de papiermand te mikken. N-VA stapte snel mee in het verhaal, maar de Franstalige liberalen van de MR stonden lang op de rem. Maar MR heeft nu toch zijn handtekening onder het wetsvoorstel gezet. De Vlaamse regeringspartijen willen graag nog een stap verder gaan en ook de maaltijdcheques vervangen door een nettovergoeding, maar daarvoor is het water met de MR nog veel te diep. Richtdatum voor de overstap is januari 2018. Aangezien alle vier de meerderheidspartijen zich achter het wetsvoorstel scharen, worden er weinig moeilijkheden verwacht.’

Na de bocht van Vercamer, kan N-VA niet onderdoen. Niet één bocht, maar drie bochten. Eerst laat Kamerlid Wim Van der Donckt weten dat men beter aan een elektronische ecocheque kan denken, want de ecovergoeding lijkt hem moeilijk haalbaar. Kort nadien zal zijn collega Jan Spooren het standpunt bijsturen: er moet toch een ecovergoeding komen. In de commissie verdedigt N-VA dan weer een ‘tweesporenbeleid’: eerst een elektronische cheque, nadien afschaffing. De afschaffing zal maar in werking treden, eens het Grondwettelijk Hof zich heeft uitgesproken over de nieuwe wet.

Het tweesporenbeleid omschrijft de V&W-fractie als het ‘spoor enerzijds’ en het ‘spoor anderzijds’. Bovendien is dit nieuw: N-VA durft niet meer voor haar eigen wetsvoorstellen te stemmen, en verbergt zich achter het Grondwettelijk Hof. De V&W-fractie vraagt of men dit beleid ook gaat volgen voor ontwerpen van de regering waar de Raad van State vragen bij heeft. Twee dagen later is het zover: voor de plenaire ligt een wetsontwerp (van de regering, een wetsontwerp immers, geen wetsvoorstel) waarvoor de Raad van State vernietigend is, maar N-VA stemt gedwee ja. Particratie oblige.

Ten einde raad kondigt kamerlid Egbert Lachaert dan maar aan dat Open VLD de invoering van een ecovergoeding zal meenemen naar de volgende superministerraad. Hier blijkt ten volle de onmacht van de parlementsleden, en de almacht van de particratie. Het gaat om voorstellen van Kamerleden, maar ze moeten de toestemming hebben van de topministers. Zelfs een zuiver parlementair dossier wordt zo een regeringsdossier. Hoezeer kan men als parlement de eigen machteloosheid tentoonspreiden? Kamerleden voelen de strop van de particratie rond hun nek.

Het Belgisch parlement, schrijft oud-Senator Marcel Storme (CVP), is als een drijvend nijlpaard: ook als men dit dier met nauwlettendheid gadeslaat, weet men nooit met zekerheid of het nog leeft, dan wel dood is. Met het schijndebat over de afschaffing van de ecocheque, is het parlement weer een beetje meer gestorven. Particratie en parlementaire democratie: ze gaan niet samen.