De overheid moet neutraal zijn

Het uitoefenen van dwang is een monopolie van de overheid. Net daarom moet de overheid neutraal zijn. Religieuze tekenen voor politie, militairen of rechters zijn dan ook uit den boze, stellen Veerle Wouters en Hendrik Vuye in een opiniestuk op Knack.be.

Socioloog Max Weber (1864-1920) stelt dat het monopolie op de uitoefening van dwang (‘Monopol legitimen physischen Zwanges’) een wezenskenmerk is van de staat. Dit betekent dat een staat regels oplegt en afdwingt. Dit afdwingen gebeurt via politieagenten, militairen, magistraten, … Zij oefenen namens de staat het monopolie van dwang uit.

Een staat die de eigen regelgeving niet kan afdwingen is een failed state. In een democratie is het gebruik van dwang door de overheid aan strikte regels onderworpen, wat niet het geval is in een dictatuur. Neutraliteit is een basisregel wanneer de overheid dwang uitoefent. Deze neutraliteit impliceert dat rechters geen religieuze of politieke symbolen toevoegen aan hun toga. Het uniform van militairen en politie is neutraal. De neutraliteit bestaat net om de diversiteit aan opinies en overtuigingen te eerbiedigen.

Net daarom werden in 2001 religieuze symbolen verwijderd uit de gerechtsgebouwen. Om dezelfde reden wordt een politieman die een tempelierskruis toevoegt aan zijn uniform gesanctioneerd. Daarom wordt aan para’s die in een joodse wijk patrouilleren gevraagd om geen Arafat-sjaals te dragen, zelfs wanneer blijkt dat deze beter beschermen tegen de koude dan de standaard camouflagesjaals van het leger. Het is alvast niet zo dat neutraliteit alleen van moslims wordt geëist. De gegeven voorbeelden spreken dit tegen.

Neutraliteit is een basisregel wanneer de overheid dwang uitoefent.

Deze neutraliteit is bij ons zo ingeburgerd dat wanneer de Hoge Raad voor de Justitie en de Adviesraad van de Magistratuur een Gids voor de magistraten (2012) uitvaardigen er in deze handleiding met geen woord wordt gesproken over religieuze symbolen. Deze gids is pas vijf jaar oud. Toen was het nog ondenkbaar dat een magistraat zijn toga zou tooien met een levensbeschouwelijk symbool of dat politieagenten een hoofddoek zou dragen.

Vlam in de pijp

Plots slaat de vlam in de pijp. De Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalsberg overweegt om een hoofddoek toe te staan bij het politie-uniform. De Vilvoordse burgemeester Hans Bonte (sp.a) is het idee in Terzake niet ongenegen. Er zijn ook andere verdedigers. Het verbod op levensbeschouwelijke tekenen heeft volgens Patrick Loobuyck niets te maken met de neutrale dienstverlening. Hij droomt van een positief voorbeeld: ‘een ambtenaar met kruisje, keppel, hoofddoek of tulband die … homohuwelijken voltrekt’. Ook François Levrau pleit voor het toelaten van religieuze of levensbeschouwelijke tekens. De diversiteit, argumenteert hij, ‘moet genormaliseerd worden, liefst overal, dus ook bij overheidsdiensten zoals het politieapparaat’.

De korpschef van de Nederlandse politie Erik Akerboom heeft in Nederland het debat gesloten: ‘Op dit moment constateer ik dat er duidelijk geen draagvlak is voor dit idee. De discussie polariseert de gelederen binnen en ook buiten de politie’, stelt hij in Het Parool. Ook bij ons zorgen de woorden van Hans Bonte voor polarisering. Ze zijn een levend getuigenis van een ideologische verkramptheid waarmee sommigen diversiteit willen opleggen. Niet toevallig schrijft Levrau dat diversiteit ‘moet’ genormaliseerd worden.

Normaliseren

Men doet er ook alles aan om dit te ‘normaliseren’. Men zoekt actief columnisten met een hoofddoek. Moslima’s met een hoofddoek komen op TV vertellen hoe bevrijdend een hoofddoek wel is. Universiteiten gaan halal-maaltijden aanbieden, precies alsof hierdoor plots de slaagcijfers aan de universiteiten de lucht in zullen schieten. Zelfs de gekste voorstellen worden niet eens meer weggelachen. Zo het voorstel om Arabisch te onderwijzen in de scholen, als waardering voor de landgenoten die Arabisch als tweede taal hebben.

Er ontstaat ook een vergoelijking-betoog. Wie vindt dat halal-maaltijden aan de universiteit niet nodig zijn, krijgt steevast voor de voeten geworpen dat men ook zorgt voor vegetariërs. Een hoofddoek, dat is maar een sjaaltje. De boerkini is dan weer vergelijkbaar met sportkledij van surfers. Dat het in het ene geval gaat om een religieus statement en in het andere niet, is blijkbaar een detail.

Vele burgers hebben het gevoel dat men hen normalisering van diversiteit door de strot wil rammen.

‘Ik vraag me soms ook af waarom we zo hard focussen op de hoofddoek’, stelt Monseigneur Patrick Hoogmartens dit weekend in Het Belang van Limburg. Is het antwoord op deze vraag niet eenvoudig? Omdat vele burgers vinden dat religie behoort tot de privésfeer en geen plaats heeft in het staatsapparaat. Omdat vele burgers vinden dat dit soort van diversiteit niet moet genormaliseerd worden. Omdat vele burgers het gevoel hebben dat men hen deze normalisering door de strot wil rammen.

Exclusief versus inclusief

Het is juist dat sommige landen deze problematiek anders aanpakken. Dit is het verschil tussen ‘exclusieve neutraliteit’ en ‘inclusieve neutraliteit’. Ons systeem is dat van de exclusieve neutraliteit: de dienst en het voorkomen moeten neutraal zijn. Het Verenigd Koninkrijk kiest voor een inclusieve neutraliteit: de geleverde dienst moet neutraal zijn, niet het voorkomen. In Het Verenigd Koninkrijk zijn politieagentes met een hoofddoek of agenten met een tulband al lang een gewone zaak. Dat dit model meer integratiebevorderend zou zijn dan het onze, wordt alvast door de feiten tegengesproken. De inclusieve neutraliteit heeft het Verenigd Koninkrijk alvast niet behoed voor aanslagen.

Waarom staat ons model nu onder druk? Omdat woorden als identiteit en diversiteit plots een te enge betekenis krijgen. Religie is synoniem geworden van identiteit. Het toelaten van religieuze symbolen, wordt synoniem van diversiteit.

Bovendien geldt dit nagenoeg alleen voor de symbolen van één religie, de islam. Eigenlijk gaat dit debat niet over diversiteit en neutraliteit, maar wel over de plaats van de islam in onze samenleving. Men verschraalt het diversiteitsdebat tot een debat van al dan niet ‘redelijke accomodaties’ voor de islam. Maar deze ‘accomodaties’ dringen wel steeds verder het staatsapparaat binnen. Enkele jaren geleden ging het over de werkvrouw, vervolgens over de loketbediende, nu al over de politie. Wat is de volgende stap? Een moslim die vraagt dat een proces-verbaal wordt opgesteld door een politieagente met hoofddoek? Iemand die weigert voor een vrouwelijke rechter te verschijnen? Studenten die een examen weigeren bij vrouwelijke professoren?

Er zijn vele redenen om vast te houden aan onze visie op neutraliteit. Het is net deze neutraliteit die van onze samenleving een open samenleving maakt. Neutraliteit laat elke burger toe om, los van zijn religie of overtuiging, beroep te doen op de overheid. Het laat ook elke burger toe om toe te treden tot politie, leger en magistratuur.

Deze neutraliteit waarborgt de gelijkheid tussen burgers, of ze nu gelovig zijn of niet. Het is deze neutraliteit die een open samenleving realiseert. De overheid houdt zich best ver weg van het religieuze en het religieuze heeft geen rol te spelen in het overheidsapparaat.