Belkacem doorprikt zomerballonnetje

Belkacem vecht zijn veroordeling voor het verspreiden van haat-boodschappen aan bij het Europees Mensenrechtenhof. Maar hij vangt bot. Het Hof beslist dat zijn zaak onontvankelijk is: haat-boodschappen worden niet beschermd door het Mensenrechtenverdrag. Het heeft dus geen enkele zin om de vrije meningsuiting te willen beperken voor ‘collaborateurs’ met IS. Dat politiek ballonnetje schoten Vuye en Wouters vorig jaar nog uit de lucht.

Het was het politieke ballonnetje van vorige zomer: we moeten de vrijheid van meningsuiting beperken voor ‘collaborateurs’ met IS. Vuye en Wouters doorbraken in lang vervlogen tijden de partij-omerta door te adviseren tegen dit zinloze voorstel (zie verder). Oproepen tot haat en geweld is immers geen mening. Het Europees Mensenrechtenhof biedt vandaag uitsluitsel in de zaak Belkacem vs. België: ze is onontvankelijk. Men hoeft de vrije meningsuiting dus niet te beperken om haatpredikers als Belkacem te bestrijden.

Lees hier de beslissing van het EHRM over de zaak Belkacem vs. België.

We schreven een column over dat ballonnetje op Knack.be vorig jaar. Enkelen waren toen niet zo tevreden met deze column, maar de waarheid heeft haar rechten“De vrijheid van meningsuiting is een belangrijke waarde. Het Mensenrechtenhof stelt terecht dat ze zorgt voor pluralisme, wezenlijk kenmerk van de democratie. Vrije meningsuiting is de basis van de persvrijheid, de academische vrijheid, de immuniteit van het pleidooi van de advocaat die zijn cliënt bijstaat, de ‘freedom of speech’ van de politicus die zijn kiezers vertegenwoordigt,… Politieke partijen, consumentenorganisaties, vakbonden, werkgeversorganisaties, denktanks, studiecentra,… het zijn allemaal exponenten van de vrije meningsuiting. Men springt best niet lichtzinnig om met deze verworvenheden van de democratie.

Vrijheid van meningsuiting is geen absoluut recht. Deze vrijheid kan worden beperkt, maar enkel wanneer er een ‘dwingende maatschappelijke noodwendigheid’ bestaat. Het is een wijdverbreid misverstand dat terrorismebestrijding beperkingen aan de vrije meningsuiting noodzakelijk maakt. Geweld, oproepen tot geweld, terrorisme, mededaderschap of medeplichtigheid aan deze handelingen, vallen niet onder de vrije meningsuiting. Geweld is geen mening.”

Hopelijk heeft iedereen het nu begrepen: geweld en oproepen tot geweld is geen mening. Men hoeft de vrije meningsuiting niet te beperken om haatpredikers als Belkacem te bestrijden.

Nu blijkt dat het inderdaad een wijdverbreid misverstand is dat het noodzakelijk is om de vrije mening te beperken in het kader van de terrorismebestrijding. Klap op de vuurpijl, het is dan nog Fouad Belkacem die dit bewijs levert: net de man wiens vrije meningsuiting het zomerballonnetje wilde beperken … Ironie, oh ironie.

Fouad Belkacem, wel bekend en berucht, werd in België veroordeeld omwille van zijn haat-boodschappen op de sociale media. Belkacem vecht deze veroordeling aan bij het Europees Mensenrechtenhof. Hij stelt dat zijn videos op Youtube onder de vrije meningsuiting vallen. Maar hij vangt bot. Het Mensenrechtenhof stelt in alle duidelijkheid dat haat-boodschappen niet worden beschermd door het recht op vrije meningsuiting.