Ballonnetjes over het beperken van de vrije mening

Sedert vorige zomer vliegen de politieke ballonnetjes om de vrijheid van meningsuiting te beperken in de strijd tegen het terrorisme welig in het rond. De laatste in de rij die hiervoor pleit is federaal procureur Frédéric Van Leeuw. Hij wil het raadplegen van jihadistische sites met gewelddadige beelden of instructies strafbaar stellen. “Het klinkt goed, maar lost in essentie niets op. Zo’n maatregel zorgt enkel voor een vals gevoel van veiligheid”, zeggen Vuye en Wouters in een opiniestuk op Doorbraak.be.

Van Leeuw stelt in De Standaard: ‘Zonder de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen, zou het mogelijk moeten zijn om bezit, of minstens het bewust opzoeken, van jihad-propaganda te verbieden, zeker als die bepaalde instructies bevat’.

Kenmerkend voor deze voorstellen is dat ze telkenmale beginnen met het belang van de vrije mening te erkennen. We zijn voor, maar … Ook Van Leeuw wil ze niet ‘aan banden leggen’. Velen zullen het voorstel-Van Leeuw ongetwijfeld sympathiek vinden: men doet tenminste iets. En inderdaad, er zijn meningen en visies die moreel verwerpelijk zijn. Jihad-propaganda is dat zonder enige twijfel. De wereld zou beter zijn zonder jihad-propaganda. De vraag is echter of dergelijke voorstellen iets bijbrengen, of ze een probleem oplossen. Zorgen ze niet gewoon voor een vals gevoel van veiligheid?

De vraag is echter of dergelijke voorstellen iets bijbrengen, of ze een probleem oplossen.

De Franse wet van 2016

Het door aanslagen geplaagde Frankrijk heeft dit pad reeds bewandeld. Vermoedelijk is het daar dat Frédéric Van Leeuw zijn mosterd heeft gehaald. In 2016 stemt het Franse parlement een wet die het bezoeken van jihadistische websites strafbaar stelt met een gevangenisstraf van twee jaar en een geldboete van 30.000 euro.

Is strafbaar: ‘Het feit herhaaldelijk een online openbaar communicatiekanaal te bezoeken dat boodschappen, beelden of afbeeldingen beschikbaar stelt die onmiddellijk aanzetten tot het plegen van daden van terrorisme of het ophemelen van dergelijke daden en waarbij, om dit doel te bereiken, het communicatiekanaal beelden of afbeeldingen bevat over het plegen van dergelijke daden die bestaan in opzettelijke aanslagen op het leven’. Het bezoeken van zo’n webstek is echter niet strafbaar: ‘… wanneer het bezoek te goeder trouw gebeurt, het gevolg is van het normaal uitoefenen van een beroep dat ertoe strekt de bevolking voor te lichten, een onderdeel is van wetenschappelijk onderzoek of gebeurt in het kader van het verzamelen van bewijsmateriaal voor een gerechtelijk onderzoek’. Wie toevallig op zo’n webstek terecht komt, journalisten, onderzoekers en rechercheurs vallen dus buiten deze strafwet.

Velen die deze Franse strafwet lezen zullen denken: ‘waarom niet’? Het is toch niet normaal dat iemand herhaaldelijk een jihad-webstek bezoekt? We moeten aan preventie doen en iemand die zo handelt is toch een potentieel gevaar? Het is toch algemeen bekend dat dergelijke websites radicalisering in de hand werken? Dit alles is ongetwijfeld zo. Alleen is het de vraag of dit een goede manier is om gewelddadig jihadisme te bestrijden.

Het Franse Grondwettelijk Hof

De Conseil constitutionnel – dit is het Grondwettelijk Hof van Frankrijk – heeft recent beslist dat deze wet in strijd is met de vrije meningsuiting en dus met de Franse Grondwet. Zijn dit ‘wereldvreemde rechters’? Of, integendeel, hebben ze goede argumenten om dit te beslissen?

Het Franse Grondwettelijk Hof verwijst naar de vele terrorismewetten die aanslagen, mededaderschap of medeplichtigheid, het aanzetten tot aanslagen en voorbereidende handelingen om een aanslag te plegen, strafbaar stellen. Om dergelijke misdrijven te bestrijden beschikken de Franse magistraten over ruime onderzoeksmogelijkheden. Ze kunnen alle vormen van elektronische communicatie controleren en de activiteiten op het web in kaart brengen. Hetzelfde geldt voor de Franse inlichtingendiensten. De bestuurlijke overheid beschikt bovendien over de bevoegdheid om dergelijke websites van het web te halen of ontoegankelijk te maken. Ook in België is dit zo.

Het Franse Grondwettelijk Hof besluit dat de gerechtelijke en bestuurlijke instanties over vele middelen beschikken om terrorisme te bestrijden. Men kan reeds het gebruik van het internet om terroristische activiteiten te promoten controleren en bestraffen. Iemand die dergelijke webstek bezoekt met het oog op het plegen van een aanslag is ook voor de nieuwe wet reeds strafbaar.

Het Hof wijst er tevens op dat deze strafwet wel bijzonder vaag is. Het bezoek van dergelijke webstek is strafbaar, zelfs indien er geen terroristische bedoelingen zijn. Tegelijk stelt de wet dat een bezoek ‘te goeder trouw’ van zo’n webstek niet strafbaar is. Waar ligt de grens? Wat nu precies strafbaar is, is onvoldoende duidelijk omschreven.

Het klinkt heel stoer en het lijkt nuttig, net als die andere ballonnetjes.

‘Une fausse bonne idée’

Het voorstel van Frédéric Van Leeuw, hoe aantrekkelijk velen het ook vinden, is ‘une fausse bonne idée’. Men bereikt er niets meer mee dan wat men nu al kan. Het is overbodige wetgeving. Alleen, het klinkt heel stoer en het lijkt nuttig, net als die andere ballonnetjes.

Laten we de proef op de som nemen. Is er iemand die denkt dat IS en Al Qaida het web links gaan laten liggen omwille van zo’n strafwet? Neen toch? Laten we even uitgaan van de irrealistische hypothese dat de strafwet inderdaad maakt dat dergelijke websites niet of minder worden bezocht. Wat is dan het gevolg? Wel, dan verliezen we een belangrijk informatiekanaal in de strijd tegen terrorisme. Het is toch veel nuttiger om diegenen die herhaaldelijk dergelijke websites bezoeken in de gaten te houden? Zo doet men echt aan preventie, zo zal men aanslagen voorkomen. En, nogmaals, wie gebruik maakt van het web met terroristische bedoelingen, is nu reeds strafbaar.

Het klassieke argument om dergelijke wetten te rechtvaardigen is dat wie niets te verbergen heeft niet bevreesd moet zijn. Dit is naast de kwestie. Maatregelen tegen terrorisme moeten efficiënt zijn. Ze moeten het mogelijk maken om volop de strijd aan te gaan met de terroristen. Ze moeten het basisrecht op veiligheid zo goed mogelijk realiseren. Zoiets doet men niet met ballonnetjes, want die zullen de terroristen makkelijk doorprikken.