Ducarme: “Pour les Flamands la même chose”

Op 8 augustus vergaderen de verenigde commissies voor Landbouw en Bedrijfsleven over de Fipronil-crisis. Het is de vuurdoop van kersvers minister van Landbouw Denis Ducarme (MR). De media zijn massaal aanwezig. De nog spiksplinternieuwe excellentie steekt van wal: “Mijnheer de voorzitter, dames en heren, ik zou u eerst willen zeggen dat ik zeer binnenkort begin met een intensieve cursus Nederlands. Ik engageer me dus om vlug vorderingen te maken. Vandaag zal ik echter enkel in het Frans spreken om heel nauwkeurig te zijn.”

Ducarme is bevoegd voor het voedselagentschap. Dit betekent dat hij instaat voor de crisiscommunicatie wanneer er iets misloopt in de voedselketen. Zo’n communicatie verloopt onder meer via interviews op radio en TV. Zo werkt het nu eenmaal. Deze communicatie is ook belangrijk voor de consumenten, de warenhuizen, de kruideniers, de distributeurs en de landbouwers. Alleen … “pour les Flamands la même chose”, want Ducarme spreekt geen woord Nederlands. Meer nog, hij spreekt zelfs geen letter Nederlands.

Lees hier de schriftelijke vraag van Hendrik Vuye aan premier Michel over taalhoffelijkheid en minister Ducarme.

In België kan dit allemaal. De Grondwet stelt niet dat een minister meertalig moet zijn. In 1994 maakt federaal minister Jean-Maurice Dehousse (PS) het echt wel heel bont. Op een colloquium in Oostende weigert hij ostentatief Nederlands te spreken. Hij spreekt de Vlamingen toe in … het Engels. Eerste minister Jean-Luc Dehaene (CD&V) zal op de ministerraad zijn omzendbrief over ministeriële deontologie in herinnering brengen. Daarin staat: “Geen enkele grondwettelijke of wettelijke bepaling verplicht de ministers of staatssecretarissen om de officiële talen van het land te kennen, laat staan te gebruiken. Bij officiële optredens in een van onze taalgebieden is het echter wenselijk dat een lid van de federale regering uit hoffelijkheid een inspanning doet om zich in de mate van zijn mogelijkheden ook, al was het maar gedeeltelijk, tot zijn gehoor te richten in de taal van het gebied”.

Wat Ducarme betreft, gaat het om veel meer dan om taalhoffelijkheid. Het gaat over crisiscommunicatie die zich richt tot alle burgers van dit land. De tijd van “pour les Flamands la même chose” ligt nu toch achter ons, durven we te hopen.

De minister belooft Nederlands te leren. Is hij van goede wil? Of stuurt hij de Vlamingen met een kluitje in het riet? Sommige Vlaamse regeringspartijen zitten alvast in het riet met hun kluitje, want het feit dat Ducarme geen Nederlands spreekt zou een toepassing zijn van het confederale model … Begrijpe wie begrijpen kan. Confederalisme, is dat echt “pour les Flamands la même chose”? Ooit was dat toch iets anders …

Het is niet de eerste maal dat een kersvers minister zoiets belooft. Ook hier is er een precedent. De taalhoffelijkheid gebiedt dat de Brusselse minister-president tweetalig is, zodat hij zich kan richten tot alle Brusselaars. Het Nederlands van minister-president Rudi Vervoort (PS) is uitstekend. Dit was ook het geval bij zijn voorganger Charles Picqué (PS). Maar er was eens … een minister-president die perfect eentalig Frans is. Bij zijn benoeming belooft hij dat hij spoedig Nederlands zal leren. Dit alles speelt zich af in 2003 … met minister-president Daniel Ducarme. Soms valt de appel echt niet ver van de boom.

In ieder geval, de V&W-fractie vraagt aan eerste minister Charles Michel – die zelf perfect tweetalig is – of er nu al dan niet taalhoffelijkheidsregels bestaan binnen zijn regering. En we zullen ook regelmatig informeren bij minister Denis Ducarme hoe het staat met zijn cursus Nederlands. Belofte maakt schuld!