Brussel: Iedereen is bevoegd, niemand is verantwoordelijk…

In een interview met SCEPTR over de recente gebeurtenissen in Brussel, geven Vuye en Wouters hun visie over hoe de hoofdstad hertekend moet worden. Deze visie zullen zij volgend jaar publiceren in hun Brusselboek. “Daar komen we met concrete voorstellen. We pakken Brussel aan zoals we de grendels hebben aangepakt in ons Grendelboek.”

In een reactie op de rellen in Brussel verkondigen vele beleidsmakers ‘unisono’ “Dit mag niet meer gebeuren!”. Maar wat valt aan ‘dit’ te doen? Is dit een symbool van een breder – al dan niet institutioneel probleem – of was het slechts ‘toeval’ dat deze rellen konden plaatsvinden?

Nadat Amerikaans president Donald Trump de Vlaamse hoofdstad een “Hellhole” noemde, de Washington Post schreef dat om Brussel te begrijpen je Afrikaanse landen moest bestuderen en de ene na de andere schokkende onthulling omtrent Samusocial naar buiten kwam, lijkt de lijm die de Brusselse scherven bij elkaar moest houden na de aanslagen opnieuw te lossen. Hoe deze scherven opnieuw bij elkaar moeten worden geplakt en of men niet beter een nieuw deksel koopt, daarover sprak SCEPTR-redacteur Hugo Decker met V-Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters.

Valt er in de reactie op deze rellen een stramien te ontdekken?

Veerle Wouters: “Zeker. Iedereen schuift de verantwoordelijkheid van zich af. We hebben een minister van Veiligheid (Jan Jambon) maar hij verwijst naar de Brusselse burgemeester. En Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) heeft een coördinerende rol wat politie betreft, maar die horen we niet. Niemand is verantwoordelijk. En men ontkent. Jambon stelt zelfs gisteren in Terzake dat dit een recent fenomeen is. De politiemensen daarentegen verklaren dat de jongeren al sedert 2000 de straat aan het overpakken zijn”.

Hendrik Vuye: “Het komt Jambon goed uit dat dit in Brussel gebeurt. Zo kan hij stellen: het zijn niet wij Vlamingen, maar de Brusselaars. Kijk eens naar het PS-beleid te Brussel. Hij vergeet alleen dat volgens zijn eigen partijprogramma Brussel nog altijd de hoofdstad van Vlaanderen is. En hij vergeet dat hij minister van Veiligheid is en niet een of andere PS’er”.

Waarom komt men maar niet verder dan het toespelen van de zwarte piet?

Hendrik Vuye: “Ook dit heeft natuurlijk te maken met staatsstructuren. Het jeugdbeleid zit in Brussel verdeeld over de gemeenschappen, de gemeenschapscommissie en de 19 gemeenten. Zo kan men geen jeugdbeleid voeren”.

Veerle Wouters: “Politie zit dan weer verdeeld over zes politiezones, er is geen eenheid van commando. Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest is een institutioneel onding. Beleid voeren is niet mogelijk. Dat blijkt nu nog maar eens. Indien we de Brusselse structuren niet vereenvoudigen, zal het nooit lukken. Zo zie je maar, als je de staatshervorming in de diepvries steekt, dan steek je op termijn ook onze veiligheid in de diepvries”.

Dus meneer Close (de PS-burgemeester van Brussel, red) is niet de enige schuldige?

Hendrik Vuye: “Zeker niet. Dit heeft ook te maken met integratie en onderwijs. Het onderwijs van de Frans Gemeenschap faalt al jaren in Brussel”.

Veerle Wouters: “Degelijk onderwijs is de beste garantie op integratie. Het zal jongeren ook kansen geven. Er moet ook licht aan het einde van de tunnel zijn. Maar anderzijds, er zijn wel geen excuses voor dat gewelddadig gedrag. Dit moet stoppen. Nu zijn de zaken zo uit de hand gelopen dat op korte termijn alleen een repressieve aanpak helpt”.

Als we even uitzoomen en we kijken bijvoorbeeld naar Samusocial. Dat schandaal strekte zich over een heel ruime periode uit zonder dat noch een politiek journalist, noch een politicus de kat de bel aanbond. Kunnen we ons na de rellen nu ook aan dergelijke reacties verwachten?

Hendrik Vuye: “Wat hier gebeurt, is vergelijkbaar. Dat het onderwijs van de Franse Gemeenschap faalt te Brussel, dat weet men al een eeuwigheid. Het beleid faalt, maar ik zie het niet onmiddellijk veranderen”.

Wat is hiervan de oorzaak? Zijn de culturele verschillen tussen Vlaanderen en Brussel zo groot?

Veerle Wouters: “Natuurlijk zijn die culturele verschillen heel groot. Voor veel Vlamingen is Brussel een vuile stad, bestuurd door Franstaligen en waar alleen Frans wordt gesproken. Brussel als een soort van buitenlandse stad, voor sommigen zelfs een islamstad. Vele Vlamingen werken er, maar weinige wonen er”.

Hendrik Vuye: RTBF-journalist Philippe Walkoviak schreef gisteren ‘250 000 Flamands viennent chaque jour travailler à Bruxelles et s’empressent de repartir le soir. La Flandre doit être la seule région où le nombre de ses citoyens qui quittent chaque soir leur capitale est plus élevé que ceux qui y restent (150 000)!’ . Hij heeft natuurlijk een punt.

Neem nu de vraag om een eengemaakte politiezone, hoe komt het dat deze er nog steeds niet is?

Veerle Wouters: “Omdat er een communautaire stilstand is afgesproken en MR vindt dat dit een communautair dossier is. CD&V, Open VLD en N-VA aanvaarden dit standpunt. Moedig is dit niet”.

Brussels N-VA-fractieleider Johan Van Den Driessche maakt zich toch al enkele maanden hard voor een eengemaakte politiezone?

Veerle Wouters: “Ja, in het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, dat niet bevoegd is voor de fusie. Hier in de Kamer blijft het deze legislatuur oorverdovend stil bij N-VA. Dat is wel makkelijk”.

Hendrik Vuye: “Johan Van Den Driessche voert te Brussel als het ware oppositie tegen zijn partij in de federale regering. Zo kan men lekker stoer doen. Maar het is wel de partij van Van Den Driessche die federaal de deur van de communautaire diepvries stevig op slot heeft gedaan. Overigens, Open VLD en CD&V doen hetzelfde. Els Ampe, Brussels schepen voor Open VLD, heeft in De Afspraak zelfs het lef om te vragen: waar wachten we op om de zes zones te fuseren? Wel we wachten ook op Open VLD”.

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) heeft dus nog werk.

Veerle Wouters: “Wij hebben alvast een wetsvoorstel ingediend dat de zes zones samenvoegt. Het is juridisch volledig uitgewerkt. Jambon moet het maar overnemen. Wij hebben ons werk als parlementslid gedaan”.

Is het voor N-VA ook niet gewoon moeilijk. Coalitiepartner MR lijkt niet gewonnen te zijn voor een eengemaakte politiezone.

Hendrik Vuye: “Dat is echt niet ons probleem. Dat is het probleem van de coalitiepartners. Indien zij vinden dat veiligheid nu ook al een communautair dossier is dat in de diepvries thuishoort, dan is dat hun keuze. Maar ze moeten er wel worden op afgerekend. Het is hun beleid, niet het onze. Overigens, men ging federaal toch een Vlaams beleid voeren? Dat is toch wat men zegt. Doe het dan”.

Veerle Wouters: “Lees de memoires van Dehaene, de geestelijke vader van het Brussel-akkoord van 1989. Hij stelt heel duidelijk dat politie geen communautair probleem is, maar een probleem van efficiënte organisatie. Men heeft eind de jaren ’90 bij de politiehervorming de kans gemist om de zones te fuseren. Kijk naar de brandweer, daar is er wel één zone. Dat is dan blijkbaar niet communautair”.

Zijn de rellen en het maar niet kunnen samenvoegen van de politie niet een symptoom van een groter probleem?

Veerle Wouters: “Het is het symptoom van de Belgische politiek die gebukt gaat onder particratie. Men sluit akkoorden omwille van het akkoord niet omwille van de inhoud. Maar er is ‘een compromis’. Of dit werkzaam is of niet, is vaak ondergeschikt. Zo heeft men ook in 1989 een bijzonder ingewikkeld statuut gegeven aan Brussel. Nadien is het alleen maar nog ingewikkelder geworden”.

Hendrik Vuye: “De Brusselaars zijn zelf heel dubbelzinnig. Ze willen een zelfstandig gewest zijn, zonder inmenging van Vlaanderen en Wallonië. Ze willen zelf beslissen. Maar als het op de financiering aankomt, dan zeggen de Brusselaars steeds dat ze anders zijn dan de andere gewesten en dat ze daarom meer geld moeten krijgen”.

Iedereen is bevoegd, maar niemand is verantwoordelijk.

Hendrik Vuye: “De federale overheid, de Vlaamse en de Franse Gemeenschap zijn bevoegd te Brussel. Dan is er nog het gewest, een agglomeratie, een Vlaamse Gemeenschapscommissie, een Franse Gemeenschapscommissie, een Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, 19 gemeenten, 19 OCMW’s, 6 politiezones..”

Veerle Wouters: “… en de zesde staatshervorming heeft er nog een volstrekt nutteloos orgaan aan toegevoegd: de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel. Tja, moet dit nu allemaal?”

Men kan Brussel dus als het ware beter gaan hertekenen? 

Veerle Wouters: “We zijn volop bezig met ons Brusselboek. Daar komen we met concrete voorstellen. We pakken het aan zoals we de grendels hebben aangepakt in ons Grendelboek. Maar tot het boek er is, heerst er een persembargo (lacht). En zelfs Hendrik moet zich daar aan houden (lacht)”.

De vraag die velen zich stellen is: Waarom kan dit niet? Dit is toch niet alleen maar de schuld van de PS of de MR?

Veerle Wouters: “Dehaene heeft als (in)formateur bij de onderhandelingen in 1988-’89 een belangrijke keuze gemaakt, namelijk om het Brusselse Gewest niet te onderhandelen met de partijvoorzitters maar met de Brusselaars. De Brusselaars zelf, ook de Vlaamse Brusselaars, hebben toen elke vorm van medebeheer van hun gewest met Vlaanderen en Wallonië geweigerd. Ze hebben de banden met Vlaanderen en Wallonië doorgeknipt. Daar dragen we nu de gevolgen van”.

Hendrik Vuye: “Later heeft Dehaene dit ook beseft. Hij stelt dan dat het grote gevaar is dat de Brusselaars zich gaan opsluiten in hun gewest. Dat is ook wat is gebeurd. De laatste Brusselse excellentie die pleitte voor sterke banden met Vlaanderen en Wallonië was Brigitte Grouwels (CD&V, red). Maar ze was al aan het prediken in de woestijn. Grouwels was het Vlaamse geweten te Brussel. In 2014 is Grouwels vervangen door Bianca Debaets, nu hoor je die visie nog nauwelijks bij Brusselaars. Zeker al niet bij een Guy Vanhengel die bij de gemeenteraadsverkiezingen zelfs op de lijst staat van PS’er Rudi Vervoort. Open VLD en PS op één lijst, dat kan alleen te Brussel”.

Ziet men hier niet het falen van de ‘particratie’ in? Belangrijke samenlevingsproblemen worden (kennelijk) gereduceerd tot het naar elkaar toeschuiven van de zwarte piet.

Veerle Wouters: “Hier leg je de vinger op de wonde. Het gaat zelden om inhoud, maar wel over communicatie. De particratie belet elk maatschappelijk debat. Enkele personen beslissen, sluiten akkoorden en de rest zit erbij en kijkt er naar. Eigenlijk leven we niet in een democratie, maar in een aristocratie van partijvoorzitters”.

Hendrik Vuye: “Als de particratie blijft regeren, dan moeten we ook eerlijk zijn en de deuren van de parlementen sluiten. Het parlement vervult zijn rol niet meer. De meerderheid stemt gedwee wat de toppers beslissen, wat ze ook hebben beslist. Er is in de feiten geen enkele parlementaire controle op het regeringswerk. Naar de oppositie luistert men al zeker niet. Zo kan je evengoed een stemknop zetten op elk partijhoofdkwartier. De hofhouding van de voorzitter zal dan wel stemmen (grijnst). We hebben echt nood aan een nieuwe start en aan een ander staatsmodel”.