Een nieuwe grendel in de maak?

Franstaligen zijn meesters in de grendeltechnologie, dat hebben de Vlamingen al vaak ondervonden. Maar wat ze zo mogelijk nog beter kunnen, dat is bestaande grendels zo interpreteren dat ze welhaast supergrendels worden. We beschrijven dit uitgebreid in ons Grendelboek. En men is weer aan het proberen om een grendel te versterken. Veerle Wouters en Hendrik Vuye beschrijven op Doorbraak.be hoe de Franstaligen in de Kamer de procedure van de tweede lezing misbruiken om een grendel te versterken.

De grendeltechnologie draait weer op volle toeren. Franstalig België tracht nu de berekening van de termijn van de belangenconflicten nog maar eens uit te breiden. Waar gaat het over? De vergadering van de Cocof – het mini-parlement van de Franstalige Brusselaars – roept een belangenconflict in tegen het wetsontwerp van Maggie De Block (Open VLD) over de Riziv-nummers.

Op zich niets speciaal, behalve dan dat dit mini-parlement ook een belangenconflict kan inroepen. Maar dat is een domein dat de Franstaligen al lang hebben veroverd. Het staat zo in de wet.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) – de Vlaamse tegenhanger van de Cocof – kan daarentegen geen belangenconflict inroepen. Sedert de vierde staatshervorming (1993) stemt de Cocof decreten, terwijl de VGC een Brussels ondergeschikt bestuur is van de Vlaamse Gemeenschap. Het statuut van Cocof en VGC is niet meer vergelijkbaar, dat hebben de Vlamingen toegegeven in 1993. De Franstalige Brusselaars hebben met de Cocof een volwaardig parlement gekregen, de VGC is een licht veredelde gemeenteraad. Daar komt het op neer.

Hoe werkt een belangenconflict tussen parlementen?

Een parlement – zo bijvoorbeeld het Waals Parlement of het Vlaams Parlement – kan een belangenconflict inroepen tegen een tekst die aanhangig is bij een ander parlement. Het parlement tegen wie het belangenconflict wordt ingeroepen, moet dan de behandeling van de tekst schorsen. Er gaat dan een termijn in van 60 dagen. De beide betrokken parlementen moeten gedurende deze periode overleg plegen. Vervolgens krijgt de Senaat 30 dagen om advies te verlenen. Ten slotte beslist het Overlegcomité, dat bestaat uit vertegenwoordigers van alle regeringen, binnen de 30 dagen. 60 + 30 + 30 = 120 dagen.

Vlaamse partijen zijn hieraan medeplichtig

Alleen, dit is Vlaamse rekenkunde. In de ‘arithmétique latine’ rekent men anders. In de tijd van de crisis rond de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) loopt het belangenconflict ingeroepen door het Waals Parlement 285 dagen, van 14 januari tot 26 oktober 2009. Dit kan alleen omdat de Vlaamse partijen hieraan medeplichtig zijn. Ze hebben laten betijen. Hoe berekent men deze termijn? Eerste minister Herman Van Rompuy (CD&V) legt in de Kamer uit dat de parlementaire vakanties niet worden meegeteld en dat er vertraging komt door de notificaties tussen assemblees. Hij besluit zonder verpinken: ‘Dat zorgt ervoor dat de termijn van 120 dagen wordt overschreden’. Of hoe 120 dagen na parlementaire wiskunde worden omgetoverd in 285 dagen, met volle medeplichtigheid van Vlaamse partijen.

Tweede lezing van een wettekst

Sedert de zesde staatshervorming (2011-’14) bestaat de mogelijkheid om een tweede bespreking te vragen van een wetsvoorstel of wetsontwerp (art. 76 Grondwet en art. 83 Kamerreglement). In het parlementaire jargon is dit ‘de procedure van de tweede lezing’.

Deze tweede lezing is er gekomen omdat de Senaat het overgrote deel van zijn wetgevende bevoegdheden is verloren bij de vierde (1993) en zesde staatshervorming (2011-’14). Vroeger werd over een wettekst door Kamer en Senaat gestemd, er waren dus altijd twee lezingen. Het werk dat de Senaat vroeger deed, kan de Kamer nu zelf doen met een tweede lezing. Eén commissielid kan de tweede lezing vorderen.

Tweede lezing en belangenconflicten: Franstalige grendeltechnologie

Tot hier geen vuiltje aan de lucht. De Franstalige partijen hebben echter iets nieuws gevonden. Ditmaal is de grendeltechnologe van dienst cdH-fractieleidster Catherine Fonck. In de wet op de belangenconflicten (Wet 9 augustus 1980) staat dat de termijn tot overleg tussen de assemblees (60 dagen) slechts begint te lopen vanaf de ronddeling van ‘het verslag’. Zij gaat er nu vanuit dat de termijn begint te lopen na het verslag van de tweede lezing en niet het verslag van de eerste lezing.

Voor de zesde staatshervorming (2011-’14) was er maar één lezing en dus één eindverslag. Na de zesde staatshervorming bestaan er twee lezingen en twee verslagen. Nu argumenteren Franstaligen dat de termijn van 60 dagen pas begint te lopen vanaf de ronddeling van het tweede verslag. Zo kunnen ze de termijn van 120 dagen nog eens verlengen met meerdere weken.

Het reglement van de Kamer bepaalt immers: ‘De commissie kan niet overgaan tot de tweede lezing dan na verloop van ten minste tien dagen te rekenen vanaf het ogenblik waarop het commissieverslag samen met de door de commissie in eerste lezing aangenomen tekst is rondgedeeld’. In de praktijk duurt het één tot twee weken vooraleer het verslag klaar is en rondgedeeld. Pas tien dagen na de ronddeling van het eerste verslag kan de tweede lezing beginnen. Ook van deze tweede lezing in de commissie wordt een verslag opgesteld en rondgedeeld. Pas dan zou de termijn beginnen lopen. En op die manier heeft men dan al minstens een drietal weken extra gewonnen.

Se non è vero, è ben trovato

Goed gevonden. Alleen is het nooit de bedoeling geweest bij het stemmen van de zesde staatshervorming (2011-’14) om de termijn van de belangenconflicten te verlengen.

De tweede lezing is er gekomen om wetstechnische redenen. Het voorstel tot herziening van de Grondwet stelt duidelijk: ‘Het doel van de tweede lezing moet integraal gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van de wetgeving’. In het Verslag van de bevoegde Kamercommissie kan men lezen: ‘Met het oog op de tweede lezing houden de diensten van de Kamer de tekst wetgevingstechnisch tegen het licht’. De tweede lezing moet zorgen voor een betere wetgeving en komt in de plaats van de wetstechnische controle die vroeger door de Senaat werd uitgeoefend. Het is geen ‘politieke’, maar wel een ‘wetstechnische lezing’.

Men kan perfect argumenteren dat de termijn van 60 dagen begint te lopen vanaf de ronddeling van het eerste verslag, zoals het altijd geweest is. Daar zijn drie goede redenen voor.

De wet op de belangenconflicten (Wet 9 augustus 1980) is, ten eerste, ongewijzigd gebleven. De wetgever heeft nooit de wil uitgedrukt om de termijn te verlengen door deze pas te laten lopen vanaf de ronddeling van het verslag van de tweede lezing.

Ten tweede, bij de invoering in het Kamerreglement van de tweede lezing (art. 83) is een andere bepaling van dat Kamerreglement niet aangepast. Die bepaling stelt over de belangenconflicten: ‘De behandeling van het ontwerp, voorstel of amendement wordt geschorst gedurende zestig dagen. Deze schorsing neemt eerst een aanvang na de indiening van het commissieverslag en in elk geval vóór de eindstemming in plenum’ (art. 102.2). Was het de bedoeling om de termijn te laten lopen vanaf de tweede lezing, dan had men dit artikel van het Kamerreglement moeten aanpassen. Ook dit is niet gebeurd.

Politieke beslissingen zijn reeds genomen gedurende de eerste lezing

Ten derde, is de tweede lezing er gekomen om wetstechnische redenen. De politieke beslissingen zijn reeds genomen gedurende de eerste lezing. In een commissie wordt immers tweemaal gestemd: een eerste maal over elk artikel afzonderlijk, een tweede maal over het geheel. Het verzoek tot tweede lezing wordt gedaan na de stemming over de artikelen, en vóór de stemming over het geheel. Over elk artikel van het wetsvoorstel of wetsontwerp is dus gestemd na de eerste lezing. Het overleg van 60 dagen tussen de twee betrokken assemblees kan dan ook worden opgestart. Men kent de de politieke beslissing. De tweede lezing is, zoals gesteld bij de aanpassing van de Grondwet: ‘… integraal gericht … op het verbeteren van de kwaliteit van de wetgeving’.

De Franstalige grendeltechnologen zullen ongetwijfeld opwerpen dat men gedurende de tweede lezing nog amendementen kan indienen. Dit is juist, maar niet pertinent. Waarom niet? Omdat het zelfs in de plenaire vergadering nog altijd mogelijk is om amendementen in te dienen. Dus mocht de mogelijkheid om nog amendementen in te dienen maken dat het overleg tussen beide assemblees niet kan worden opgestart, dan zou de wet moeten bepalen dat de termijn loopt vanaf de eindstemming in plenaire. Dit laatste zou echter absurd zijn, want dan heeft de Kamer de wet definitief goedgekeurd.

Grendeltje, grendeltje aan de wand, wie is de sterkste van het land?

Dit interpretatieprobleem van de termijnberekening van de belangenconflicten is vorige week aan bod gekomen in de Commissie Volksgezondheid van de Kamer. De meerderheidspartijen zitten duidelijk verveeld met deze zaak. ‘Ik wil hier geen precedent scheppen’, stelt iemand van de meerderheid verbouwereerd.

De meerderheidspartijen zitten duidelijk verveeld met deze zaak

Zoals altijd zullen vijf minuten politieke moed volstaan. Maar die vijf minuten politieke moed, daar wachten we nu al jaren op. Gaat men nu echt de grendel van de belangenconflicten nog een beetje sterker maken? Voor de Franstaligen mag het altijd een beetje meer zijn, dat weten we. Maar aanvaarden de Vlaamse partijen van de regering-Michel dit zomaar?

Volgt men de Franstalige interpretatie, dan zal nogmaals blijken dat stilstaan eigenlijk achteruit gaan is … en dit is ook het geval met een communautaire stilstand.