Prins Laurent, mensenrechtenactivist

Naar aanleiding van de discussie over zijn dotatie, beroept prins Laurent zich op het Europees Mensenrechtenverdrag. Terecht, mensenrechten zijn er voor alle burgers. Maar dit mag ons niet afleiden van de echte vraag: waarom ontvangt Laurent een dotatie? Veerle Wouters en Hendrik Vuye geven enkele kritische bedenkingen in een opiniestuk op Knack.be.

Prins Laurent die het over mensenrechten heeft, dat is ‘van de pot gerukt’, reageert de kersverse monarchie-deskundige van N-VA. De dag dat mensenrechten ‘van de pot gerukt’ zijn, dat is een trieste dag. Mensenrechten gaan niet alleen over het folterverbod, maar ook over recht op privé-leven, een eerlijk proces, recht van vergadering, recht van vereniging, recht op vrije verkiezingen, persvrijheid, vrije meningsuiting, bescherming van het eigendomsrecht, … allemaal ‘van de pot gerukt’?

Men deze pot-uitspraak wil men vooral een potje gedekt houden: de regering-Michel heeft de herhaalde incidenten met prins Laurent bijzonder slecht aangepakt, net als de vorige regeringen. En vooral, het wettelijk kader gestemd in 2013 door de regering-Di Rupo is een onding. Men heeft er een potje van gemaakt.

Discussie over mensenrechten mag ons niet afleiden van de vraag waarom Laurent nog dotatie ontvangt

Voor ons hoeft de monarchie niet, echt niet. Maar Prins Laurent is een burger zoals alle andere burgers en ook hij heeft het recht zich te verdedigen. En nu het potje toch op het vuur staat, zullen we het ook even over de grond van de zaak hebben: niet zozeer het gedrag van Laurent is een probleem, wel dat hij een dotatie krijgt enkel en alleen omdat hij koningskind is.

Waarom een dotatie?

Wanneer Albert II in 1993 de troon betreedt, verklaart hij aan eerste minister Jean-Luc Dehaene (CD&V) dat hij van plan is om ook aan Astrid en Laurent opdrachten toe te vertrouwen. Dehaene getuigt in zijn memoires dat de koning uitdrukkelijk wenst dat beiden hiervoor ook een dotatie krijgen. De regering zal daar zonder al te veel discussie op ingaan, schrijft hij. En Dehaene vervolgt: ‘Achteraf gezien was het wellicht een fout van mij om zo snel en zonder veel nadenken op deze wens in te gaan’.

Hij is echter veel te streng voor zichzelf. Prinses Astrid krijgt haar dotatie bij wet van 7 mei 2000 en prins Laurent bij wet van 13 november 2001. Het is dus niet de regering-Dehaene, maar wel de paars-groene regering van Guy Verhofstadt (Open VLD) die de goudpotten geopend heeft voor prins Laurent. Sedertdien heeft Laurent al meer dan 5 miljoen euro aan belastinggeld ontvangen.

De wet van 27 november 2013: nultransparantie

Pas in 2013, wanneer Fabiola het met haar ‘Fons pereos’ toch even te bont maakt, komt er een wet. Tevoren is er zelfs geen wettelijk kader voor de dotaties.

De wet van 27 november 2013 maakt een onderscheid binnen de dotatie tussen een deel ‘bezoldiging’ en een deel ‘werking en personeel’. Het deel bezoldiging besteedt men vrij en men betaalt daar ook personenbelasting op. De bestedingen van het deel ‘werking en personeel’ worden nagekeken door de eerste voorzitter en de voorzitter van het Rekenhof. De dotatiegerechtigden moeten ook jaarlijks een activiteitenverslag indienen.

In 2018 ontvangt Laurent een dotatie van 314.000 euro, dat is door de indexbonus een stijging van 6.000 euro ten opzichte van 2017. Overigens, voor de prinsen is er nooit een indexsprong geweest. Het deel bezoldiging bedraagt 90.000 euro, het deel werking en personeel 224.000 euro.

En toch is er nultransparantie. De activiteitenverslagen en de rekeningen zijn nog nooit besproken in de Kamer. Het eerste activiteitenverslag betreft het jaar 2014, net het jaar dat de regering-Michel de eed aflegt. Blijkbaar houdt de Kamervoorzitter dit potje gedekt. Wanneer blijkt dat Laurent onderwijskosten en zelfs een skireis boekt als werking en personeel, hebben wij toegang gevraagd tot het dossier aan het Rekenhof. Kamerleden hebben immers toegang tot de dossiers van het Rekenhof. Toch wordt dit geweigerd. Dit potje moet gedekt blijven en zowel het Rekenhof als de Kamervoorzitter houden het potje gedekt. Ruk dit deksel eens van deze doofpot.

Gedragsregels en een disciplinaire procedure

De wet van 2013 bevat ook gedragsregels. Eén van die regels is dat Laurent wanneer hij contacten heeft met ‘autoriteiten van buitenlandse Staten, internationale organisaties of de vertegenwoordigers ervan’, toestemming moet vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken. Er is een uitzondering, namelijk wanneer ‘het gaat om contacten die hun plaats kunnen hebben in het kader van vertegenwoordigingsactiviteiten’.

Indien deze gedragsregel niet wordt nageleefd, dan ‘kan de regering nadat ze betrokkene heeft gehoord, aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers voorstellen’ over te gaan tot inhouding van een deel van de dotatie. Dit is een eigensoortige disciplinaire procedure, waarbij de regering het onderzoek doet en de zaak eventueel wordt doorverwezen naar de Kamer die een beslissing neemt.

De regering als onderzoeksorgaan

Het onderzoek van de zaak wordt gedaan door de regering, dit zijn alle ministers en staatssecretarissen. Dit onderzoek moet onpartijdig gebeuren. Dit veronderstelt ook dat de regeringsleden zich onpartijdig opstellen. De prins moet bovendien gehoord worden.

In nagenoeg elke krant kon men lezen dat men ‘in regeringskringen’ vernomen heeft dat er een sanctie zou komen en dat 30.000 euro zou worden ingehouden op de dotatie. In een persbericht begin augustus kondigt de eerste minister zelfs aan dat er een ‘proportionele sanctie’ volgt. Nog voor de prins wordt gehoord is het deksel al van de pot. Hier is het vermoeden van onschuld geschonden.

Dat de regering geen geschikt orgaan is om het onderzoek te leiden, is nu wel bewezen.

Theo Francken stapt de ministerraad binnen en lanceert: ‘dat Laurent klacht neerlegt bij Unia’. Dit is ‘prejugeren’, dit kan niet. Dit wekt niet alleen een schijn van partijdigheid, het is partijdig. Het Mensenrechtenhof heeft al voor veel minder geoordeeld dat er sprake is van partijdigheid.

Tijdens de bespreking van de wet van 2013 wordt er op gewezen dat de tussenkomst van de regering niet gezond is, omwille van het feit dat de ministers net door de koning worden benoemd. Er wordt zelfs een amendement ingediend door Theo Francken, medeondertekend door een van de auteurs van dit artikel en opgesteld door de andere. Het heeft niet mogen baten. Dat de regering geen geschikt orgaan is om het onderzoek te leiden, is nu wel bewezen.

De Kamer als beslissingsorgaan

De Kamer beslist uiteindelijk over de sanctie. Ook de Kamer is een politiek orgaan. Toch kan men dit enigszins verantwoorden. De dotatie van Laurent is een gunst. Deze gunst is door de Kamer toegekend. De grondslag hiervoor vindt men in artikel 179: een gratificatie ten laste van de staatskas kan enkel door de Kamer worden toegekend.

En toch. Zijn de Kamerleden voldoende onafhankelijk om Laurent een eerlijk proces te geven? Iedereen weet nu al dat eender wat de regering-Michel voorstelt, de meerderheid dit zal stemmen. Of de stemming geheim is of niet, het maakt niet eens een verschil. De particratie speelt ons weer eens parten. De particratie belet de normale werking van onze instellingen, ook in deze zaak.

Zijn de regels duidelijk?

Staatssecretaris Francken (N-VA) stelt dat de regels duidelijk zijn: ‘potje breken, potje betalen’. Bij de bespreking van de wet in de Kamer (2013) stelt Kamerlid Francken: ‘Hieromtrent kreeg ik graag enige duiding van de indieners van dit wetsvoorstel, want voor mij blijven de zaken bijzonder onduidelijk’. Het kan verkeren.

Tijdens de parlementaire debatten zijn begrippen als ‘internationale organisaties of de vertegenwoordigers ervan’ niet gedefinieerd. Wat de ‘vertegenwoordigingsactiviteiten’ zijn waar de prins geen toestemming voor nodig heeft, wordt evenmin uitgewerkt.

Dit betekent echter niet noodzakelijk dat de prins gelijk heeft wanneer hij stelt dat de regels vaag zijn. Wat heeft de prins belet om uitleg te vragen? Na de talrijke incidenten uit het verleden moet de prins toch het voorzorgsprincipe hanteren? Bovendien heeft Charles Michel tot tweemaal toe in de Kamer verklaard dat hij de regels aan de prins zou uitleggen. Indien dit ook daadwerkelijk is gebeurd, dan kan men nu moeilijk stellen dat de regels onduidelijk zijn. Maar bestaat er een schriftelijk verslag van deze ontmoetingen? Wat heeft Charles Michel gezegd? Ook het deksel van dit potje wordt best gelicht.

Het privéleven van de prins

Dat de prins recht heeft op een privé-leven, staat buiten kijf. Het Mensenrechtenhof heeft dit nog recent bevestigd in een zaak over prins Albert van Monaco.

De prins argumenteert nu dat wanneer hij deelneemt aan een receptie van 600 personen op de Chinese ambassade dit geen politieke implicaties heeft en tot zijn privé-leven behoort. Bovendien onderhoudt België diplomatieke contacten met China. Het argument dat het hier om het privé-leven van de prins gaat, lijkt wat aangedikt. Laurent verschijnt er immers in legeruniform. En toch. Ook de de Belgische marinecommandant admiraal Wim Robberecht is aanwezig op de receptie, eveneens in legeruniform. Wij hebben aan de minister van Defensie gevraagd hoe dit zit. De minister antwoordt: ‘Dergelijke uitnodigingen, ontvangen door hoge militairen, zijn aan hen persoonlijk gericht en worden individueel geëvalueerd en beantwoord’. Wat geldt voor de marinecommandant, zou dit dan niet gelden voor prins Laurent?

Laurent verwijt nu de regering dat ze zwart ziet. De kern van de zaak is echter dat Laurent geen recht heeft op een dotatie. Hij zal nooit de troon bestijgen. Hij krijgt een dotatie enkel en alleen omdat hij koningskind is. Laat dat nu net een aanfluiting zijn van een fundamentele regel van de rechtsstaat: alle burgers zijn gelijk voor de wet.

In plaats van verder juridisch te knoeien binnen de contouren van de wet van 2013, schaft men de dotatie beter af. Er is geen enkele reden om Laurent een dotatie te geven. Eerste minister Jean-Luc Dehaene schrijft in zijn memoires (2012) zelfs dat men het paleis een dienst bewijst met het herbekijken van de dotatie van Astrid en Laurent. Ons voorstel is alvast ingediend, lang geleden reeds. Alleen, hoe scheef de pot van de monarchie ook is er past in België altijd een deksel op en het deksel blijft altijd op de pot.