De teloorgang van de parlementaire democratie

De geeuwende dromedaris van Bart De Wever

Zonder parlementaire controle leven we niet in een democratie, wel in een totalitair regime. “Maar net die controlefunctie van het parlement is op sterven na dood”, stellen Veerle Wouters en Hendrik Vuye in een opiniestuk op Knack.be.

Recent vernemen de Kamerleden in de media dat ze gewezen Open Vld-minister Fientje Moerman zullen voordragen als kandidaat voor het Grondwettelijk Hof. De CV’s van de kandidaten zijn op dat ogenblik nog niet eens rondgestuurd aan de Kamerleden. Meer nog, velen weten niet eens dat Moerman kandidaat is. Het akkoord onder de partijvoorzitters is beklonken, de Kamer mag nog ‘amen’ zeggen. Het ergste is dat niemand hiervan nog verrast opkijkt. Zo gaat het nu eenmaal in ‘de’ politiek.

In het Vlaams Parlement stelt Chris Janssens (Vlaams Belang) een vraag om uitleg aan mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) over mogelijke malversaties bij De Lijn te Antwerpen, een dossier dat dagenlang de media beroert. Zijn vraag wordt onontvankelijk verklaard. De commissievoorzitter is toevallig van dezelfde partij als de minister. Zo gaat het nu eenmaal in de politiek.

Recent blijkt in De Tijd (13 en 16 januari) dat de minister van Justitie Koen Geens verontrustende informatie over opgesloten terroristen niet vermeldt in antwoorden op schriftelijke parlementaire vragen. Het gaat zelfs over zeer verontrustende informatie: terrorisme-gedetineerden beschikken over smartphones in de gevangenis; er is contact geweest tussen opgesloten terroristen en foreign fighters in Syrië; op de afdeling waar de zwaarste terroristen belanden (de De-Radex-afdeling) zijn al verboden wapens aangetroffen; … Geens heeft de antwoorden op de parlementaire vragen opgesmukt. Deze ‘toilettage’ komt aan het licht omdat het Word-document toegestuurd aan een parlementslid nog de ‘track changes’ bevat waardoor de schrappingen zichtbaar zijn. Men zou verwachten dat de pers uit de bol gaat. Niets daarvan. Men zou verwachten dat vele fracties Geens hierover aan de tand voelen tijdens het vragenuurtje. Niets daarvan, we waren de enige fractie vorige donderdag. De andere fracties berusten. Zo gaat het nu toch eenmaal in de politiek?

De teloorgang van de parlementaire democratie: ‘België is stilaan een totalitair regime aan het worden’

Het antwoord van Koen Geens in de Kamer is ook veelzeggend. Als een volleerd predikant begint hij met te stellen: “Ik zou u in alle oprechtheid willen vragen om uw geweten eens te onderzoeken en na te gaan of ik inderdaad destijds op uw vragen niet uitvoerig en correct heb geantwoord als minister van Financiën”. Pertinent is dit antwoord niet, want daar gaat het niet over. Vervolgens stelt de minister dat zijn kabinet informatie krijgt uit vele hoeken en dat de administratie die informatie verwerkt tot een antwoord en het kabinet dat valideert. Hij bestempelt de geschrapte informatie als ‘impertinent’.

In België kan het: wantoestanden met terrorisme-gedetineerden in de gevangenissen omschrijven als impertinente informatie voor de Volksvertegenwoordigers en toch niet met pek en veren uit de Kamer gejaagd worden. In plaats van pek en veren trekt de CD&V-applausmachine zich op gang na het antwoord van de minister. Kamerleden applaudisseren zelfs voor hun eigen onmacht. Het parlementslid dat de vraag stelt mag nog kort repliceren. Vervolgens besluit de voorzitter met de rituele zin: “het incident is gesloten”. Het gaat ons echt niet om Koen Geens en zijn fractie. Het had eender welke minister en eender welke meerderheidsfractie kunnen zijn. Zo gaat het er elke week aan toe in de Kamer.

Toch zal nagenoeg elke minister met regelmaat vertellen hoe belangrijk hij het parlement wel vindt. Een leugentje om bestwil. De realiteit bewijst het tegendeel. Op politiek gevoelige schriftelijke vragen wordt vaak met veel vertraging geantwoord. Sommige antwoorden zijn nietszeggend. Of de minister antwoordt naast de vraag. Of de minister kuist het antwoord op, zoals Geens het stiekem deed. Vooral voor ministers die zelf nooit parlementslid zijn geweest is het beantwoorden van mondelinge en schriftelijke vragen blijkbaar een karwei die ze kunnen missen als kiespijn. Andere excellenties vergeten luttele seconden na de eedaflegging dat ze ooit Kamerlid zijn geweest. Er zijn gelukkig ook uitzonderingen. Van minister Maggie De Block (Open Vld) hebben we al vaak zeer gedetailleerde antwoorden gekregen.

Kijken we even naar de rel rond Theo Francken (N-VA). Ook hier is de Kamer deskundig buiten spel gezet. De partijvoorzitters trekken het debat naar zich toe. Bart De Wever post een geeuwende dromedaris op Facebook, Gwendolyn Rutten een tegeltje met een spreukje en Wouter Beke een filmpje van Michelle Obama. Maar de Kamer, die mocht niet vergaderen tijdens het Kerstreces. Er is een merkwaardige evolutie bezig. Politieke partijen doen hun uiterste best – de ene al wat meer dan de andere – om de media buiten spel te zetten via de sociale media. Tijdens de Francken-rel van de afgelopen weken is ook de Kamer buiten spel gezet via diezelfde sociale media. Ook eerste minister Charles Michel (MR) mengt zich in het debat via Facebook en ontwijkt zo het Kamerdebat. Wanneer de Kamer dan toch vergadert, dan zijn het vijgen na Kerstmis.

Men leest wel eens dat de Kamer na de installatie van de regering nagenoeg alle macht verliest. Tot dat ogenblik zou de Kamer wel macht hebben. Maar zelfs dit is niet het geval. Wanneer een nieuwe regering aantreedt, dan weet iedereen al dat die regering het vertrouwen krijgt van de Kamer. Het enige wat dit debat te bieden heeft, is dat de oppositie haar standpunt kan laten gelden. Al de rest is slecht theater met gehoorzame acteurs.

Neen, dit is geen klaagzang. We willen wijzen op iets veel fundamentelers: de teloorgang van de democratie. Johannes L.W. Broeksteeg beschrijft in zijn doctoraal proefschrift wat ministeriële verantwoordelijkheid voor de democratie betekent:

“De politieke ministeriële verantwoordelijkheid en de inlichtingenplicht van ministers en staatssecretarissen vormen het handvat voor de volksvertegenwoordiging om de regering te kunnen controleren. Zonder de mogelijkheid inlichtingen te krijgen van de regering zal de volksvertegenwoordiging haar controlerende taak niet kunnen vervullen. … In die zin is de politieke ministeriële verantwoordelijkheid een hoeksteen van de parlementaire democratie.”

We kunnen alleen maar vaststellen dat de Belgische Kamer hier schromelijk tekort schiet. Het parlementair gebouw heeft geen hoeksteen meer. Ministers delen hun informatie niet met Kamerleden, tenzij ze de informatie zelf pertinent vinden. Ze beoordelen alzo zelf de omvang van de parlementaire controle over hun departement. Van een ‘inlichtingenplicht’ is er niet langer sprake.

Decennia geleden al schreef gewezen Senator Marcel Storme (CVP) dat het parlement veel weg heeft van een drijvend nijlpaard. Zelfs wanneer men dit dier met nauwlettendheid gadeslaat, weet men nooit met zekerheid of het nog leeft, dan wel dood is. Intussen is de situatie er niet op verbeterd, wel integendeel. Zelfs de dromedarissen geeuwen nu wanneer men hen een vraag stelt over de slagkracht van de Belgische Kamer. Alleen, een Kamer vol partijfunctionarissen maakt zichzelf overbodig. België is stilaan een totalitair regime aan het worden, want niemand controleert nog de beleidsmakers.