De beste periode ooit in het parlement: de 541 dagen zonder regering

Foto (c) Anne Deknock

Dat er iets schort aan de werking en de macht van het parlement, is vorige week al gebleken op deze pagina’s. De drie onafhankelijke parlementsleden van ons land willen daarop reageren. Hendrik Vuye (56) en Veerle Wouters (43), die anderhalf jaar geleden met slaande deuren uit N-VA zijn gestapt, en ex-Groen-parlementslid Hermes Sanctorum (36). Alle drie wijzen ze naar één grote schuldige: de machtige partijhoofdkwartieren, die geen tegenspraak van de eigen parlementsleden dulden. “Het parlement is zelfs geen praatbarak, het is een zwijgbarak”, zeggen ze in een interview in Het Nieuwsblad.

Ze voelen zich “bevrijd”, zeggen ze. Bevrijd van het juk van een partijvoorzitter. Bevrijd van richtlijnen die een partij hen oplegt. Bevrijd ook om eindelijk in het parlement te kunnen zeggen wat ze zelf willen. Het werkt beter zonder de hete adem van een politieke partij in hun nek, zeggen zowel Vuye en Wouters als Hermes Sanctorum.

Alle drie hebben ze in dezelfde periode, anderhalf jaar geleden, de deur van hun partij definitief achter zich dichtgetrokken. Vuye en Wouters botsten frontaal met voorzitter Bart De Wever over de communautaire lijn van N-VA, en vormen sindsdien een onafscheidelijk duo – zo erg dat ze zelfs alleen maar samen interviews geven. Hermes Sanctorum van zijn kant had zich zodanig vastgebeten in het dossier van het onverdoofd slachten dat hij de compromissen die zijn partij Groen daarover wilde maken, niet meer kon steunen.

Uiteindelijk is het verbod op onverdoofd slachten er. U had eigenlijk geen ontslag hoeven te nemen bij Groen?

Sanctorum: “De zaken zijn pas vooruitgegaan nadat ik als onafhankelijk parlementslid een stemming in het Vlaams Parlement kon afdwingen. De regeringspartijen wilden de hele discussie uitstellen tot 2020, na de verkiezingen. Maar door mijn voorstel van decreet hebben ze een bemiddelaar moeten aanstellen, en pas dan is er schot in de zaak gekomen. Het is voor de buitenwereld misschien niet zo zichtbaar, maar ik heb mijn rol dus wel degelijk gespeeld. Dat een partij zoals N-VA dan achteraf claimt dat dit haar verdienste is, neem ik erbij. Dat hoort bij het spel. De mensen die erbij betrokken waren, weten wat ik heb gedaan.”

Intussen bent u wel partijloos. Is dat het wel waard?

Sanctorum: “Het was natuurlijk zwaar om afscheid te nemen van een partij waarvoor ik me twintig jaar heb ingezet. Het was zelfs een van de zeldzame keren dat ik gehuild heb. Maar ik kon me echt niet meer verzoenen met het dierenleed waarover al tientallen jaren discussie was. En ik heb nog steeds geen spijt van mijn beslissing. Ik ben ook blij dat de contacten met Groen goed zijn gebleven. De collega’s wisten dat dit voor mij een principiële zaak was. Als ik het voor mijn persoonlijke ambitie had gedaan, was er waarschijnlijk minder begrip geweest.”

Het afscheid van Vuye en Wouters uit N-VA was minder zacht. Jullie botsten frontaal met de partij.

Wouters: “Met de partijtop toch. De parlementsleden aan de basis waren minder rancuneus. Nog steeds kom ik N-VA-parlementsleden tegen die vragen wanneer we terugkeren. Ik denk niet dat jouw baas ermee akkoord zou zijn, zeg ik dan.”

Vuye: “Het gaat ook over de manier waarop de partijtop over ons sprak. Ik had ze een jaar geleden al een nekschot moeten geven, zei Bart De Wever over ons. Dan slik je toch even, als mensen in zulke bewoordingen over jou spreken.”

Hoe zijn de contacten met de N-VA-parlementsleden nu?

Wouters: “Het probleem is dat zij in een partij zitten die nogal… Hoe moet ik dat diplomatisch uitdrukken?” (lacht)

Vuye: “Heel strak geleid wordt.”

Wouters: “Doordat de partij zo strak geleid wordt, schieten mensen snel in een kramp. Collega’s die nog politieke carrière willen maken, waken erover dat ze niet samen met ons gezien worden. Ze zullen wel een babbeltje slaan wanneer we elkaar op straat of op restaurant tegenkomen. Maar in de gangen van de Kamer blijven velen afstandelijk. Het zou hun toekomst hypothekeren als ze gesignaleerd worden in het bijzijn van de duivel.”

Vuye: “Binnen N-VA is loyaliteit aan de partijtop belangrijker dan vaardigheden en talenten. En dan gaan mensen zich natuurlijk zo gedragen.”

Groen lijkt op dat vlak een heel andere partij?

Sanctorum: “De partij is in ieder geval menselijker omgegaan met mijn vertrek. Maar ik zie toch ook een belangrijke gelijkenis tussen Groen en N-VA. Het zijn twee niet-traditionele partijen, en toch grijpen zij niet de kans om op een andere manier aan politiek te doen. Ik vind het spijtig dat zij in de logica van de particratie zijn gestapt, met de politieke macht die vooral bij de partijstructuren ligt, en niet in het parlement. Al heeft dat natuurlijk ook met de tijdgeest te maken. Communicatie is steeds belangrijker geworden, en dus houden de partijen strak de regie over die communicatie.”

Waardoor alles wel netjes en gestroomlijnd verloopt. Is dat geen voordeel?

Sanctorum: “Daardoor heb je wel geen parlementaire democratie meer.”

Vuye: “Het parlement is zelfs geen praatbarak meer, het is een zwijgbarak. De meeste parlementsleden zwijgen gewoon. Omdat ze niet mogen tussenkomen van de partij.”

Sanctorum: “Ik heb niks tegen partijen op zich. Ik vind het alleen problematisch dat zij zoveel macht hebben. Dat maakt het parlementaire werk moeilijker. Het parlement zou een ontmoetingsplaats moeten zijn van politici die samen beslissingen nemen. Maar het is een plaats geworden waar de partijen hun standpunten laten horen in ideologische discussies. Daardoor komt er van beslissen nog weinig in huis. Welke grote hervormingen heeft het parlement onlangs nog beslist? De erfbelasting, ja, maar dat was gemakkelijk, om iedereen meer te geven. Maar voor de rest? Ik zie het niet.”

Misschien omdat het echte werk in de schaduw gebeurt, in de parlementscommissies?

Sanctorum: “Die zijn overroepen. Ook daar gebeurt het niet.”

Vuye: “Dan is er ook nog eens een meerderheidsoverleg, waarin er tussen de regeringspartijen afspraken worden gemaakt. Dat was een van de vervelendste vergaderingen die ik als N-VA-fractieleider bijwoonde. De minister gaf op een schoteltje wat wij moesten beslissen, en ik moest er vooral voor zorgen dat het schoteltje zonder morsen in de commissie raakte. Daarna volgde het hele ritueel. Een debat noem ik dat niet, want het einde stond toch al vast: de meerderheid stemt voor, de oppositie tegen. Het ritueel van de knopjesduwers.”

Parlementsleden van de meerderheid zeggen nochtans vaak dat ze net in dergelijke vergaderingen achter de schermen wél impact hebben.

Vuye: “Wat moeten ze zeggen? Ik weet het, ik stel inderdaad niks voor, ik heb niks te betekenen? Niemand zegt dat van zichzelf. Maar intussen stel ik vast dat steeds meer parlementsleden weggaan. En dan zie je hier op den duur alleen nog mensen die blijven omdat ze buiten de politiek nooit het inkomen kunnen krijgen dat ze hier hebben.”

Sanctorum: “Het parlement is in ieder geval geen aantrekkelijke omgeving voor mensen die de dingen in handen willen nemen. Ik zie heel vaak goede mensen binnenkomen, maar zij geraken op een bepaald moment gedemotiveerd.”

Vuye: “Dan kom je op een punt dat het ofwel botst, ofwel dat je je laat meedrijven, dat je een van de vele schapen in het parlement wordt.”

Sanctorum: “En bij ons is het gekraakt.” (lacht)

Voor een partij is het natuurlijk ook niet aangenaam om in de kranten te staan met een parlementslid dat ­tegen de partijlijn ingaat.

Vuye: “Het probleem is dat de media de particratie versterken. Zodra je als parlementslid een eigen accent legt, dan focussen de media onmiddellijk op die verdeeldheid. Dan krijg je krantentitels zoals ‘De rancuneuze professor van N-VA’, zoals ik heb meegemaakt. Het ideale argument binnen de partij om tegen mij te gebruiken.”

Wouters: “Tegelijk heeft het een goed afschrikeffect voor anderen die ook weleens een eigen accent zouden durven te leggen.”

Sanctorum: “Zo krijg je een wisselwerking. Het stimuleert de partijen om de communicatie nog meer naar zich toe te trekken, en daardoor wordt de particratie nog sterker. Wie de communicatie in handen heeft, is de baas.”

Wouters: “De beste periode die ik in het parlement heb meegemaakt, is de 541 dagen zonder regering, tijdens de lange regeringsvorming in 2011. Het was toen niet duidelijk wie meerderheid en wie oppositie was. Iedereen luisterde naar elkaar, en zo vonden mensen elkaar over de partijgrenzen heen om samen wetsvoorstellen in te dienen. Dat is nu ondenkbaar.”

Hoe kan de situatie verbeteren?

Vuye: “Het zou al helpen als er geen kiesdrempel is. Nu moet je minstens vijf procent halen om in het parlement te komen. In Nederland is die kiesdrempel er bijvoorbeeld niet, en daar is het parlement een betere weerspiegeling van de bevolking.”

Sanctorum: “Het parlement zelf zal ook moeten evolueren. Het debat is nu zo steriel. Stel dat er op vrijdag iets gebeurt, dan geeft iedereen via sociale media zijn mening en ontstaat er een debat. Vijf of zes dagen later, tijdens de plenaire vergadering op woensdag of donderdag, doen de parlementsleden dat nog eens over. Waarom niet korter op de bal spelen, en bijvoorbeeld via sociale media de bevolking ook bij het debat betrekken?”

Jullie zijn scherp voor de partijen, maar het is wel ­dankzij een partij dat jullie in het parlement zijn ­gekomen. Voor de verkiezingen van 2019 zijn jullie op zichzelf aangewezen. Wat zijn de plannen?

Sanctorum: “Op dit moment is mijn plan om in 2019 afscheid te nemen van de politiek. Ik zal nog wel actief blijven op het vlak van dierenrechten en dierenwelzijn. Maar zoals het er nu naar uitziet, zal dat niet meer in het parlement zijn.”

De nieuwe partij Dier Animal leek nochtans iets voor u?

Sanctorum: “Ik heb die mensen achter de schermen wel bijgestaan, maar ik krijg het niet over mijn hart om naar een andere partij over te stappen, ook al is dat een nieuw initiatief. Ik wil de ene partij niet inruilen voor een andere.”

Gaat de fractie Vuye & Wouters als aparte lijst naar de verkiezingen?

Wouters: “Wij sluiten niks uit. Maar het is nog vroeg om te beslissen. Er zijn in oktober ook nog gemeenteraadsverkiezingen. Wie weet wat dan nog allemaal gebeurt. Misschien vallen daarbij nog mensen uit de boot die kunnen aansluiten.”

Vuye: “Je moet dat ook niet te eng bekijken. Er zijn wel meer creatieve vormen mogelijk dan een politieke partij om aan politiek te doen.”