Laten we onze manier van leven bepalen door wat in eeuwenoude boeken staat?

Foto door ZiyaAlishanli, pixabay.com, CC0

Het religieuze is opnieuw prominent aanwezig in de publieke ruimte. We hebben dringend nood aan een maatschappelijk debat over de plaats van de religie in de maatschappij, stellen Veerle Wouters en Hendrik Vuye in een opiniestuk op Knack.be. We gaan toch onze manier van leven niet laten bepalen door wat in eeuwenoude boeken staat, die dan nog op de meest diverse manieren geïnterpreteerd worden?

Eind vorige eeuw is onze maatschappij langzaam geseculariseerd. Er zijn in die periode nauwelijks debatten over de scheiding tussen kerk en staat. Enkele radicale vrijzinnigen die zich toch nog aan dergelijk debat wagen, komen zelfs een beetje wereldvreemd over. Die strijd is toch gestreden? Kenmerkend voor deze periode is een debat in het Vlaams Parlement (2003) over de aanwezigheid van religieuze symbolen in OCMW-ziekenhuizen. Minister voor Binnenlandse Aangelegenheden Paul Van Grembergen (Spirit, ex-VU) antwoordt: ‘Een behoorlijk eindresultaat is de verwijdering uit de publieke ruimten in ziekenhuizen van de symbolen die de diepste keuze van de mensen uitdrukken. Dit proces zal nog enkele jaren aanslepen. De natuur der dingen zal bewijzen dat over 10 jaar de neutrale houding bijna overal wordt aangenomen’.

We zijn nu 15 jaar later. De natuur der dingen heeft zijn werk niet gedaan. Wel integendeel. Recent is het religieuze opnieuw prominent aanwezig in de publieke ruimte. Hoofddoeken op school, boerka’s in het straatbeeld, boerkini’s in zwembaden, onverdoofd slachten, rituele besnijdenis, halal in de winkelrekken, weigeren een hand te geven om religieuze redenen, een man die tijdens een debat weigert een vrouw aan te kijken… Het zijn thema’s die velen bezig houden.

Soms kan men regelgevend optreden. Zo heeft het boerkaverbod wel degelijk de toets van het Grondwettelijk Hof en het Mensenrechtenhof doorstaan. Soms is regelgevend ingrijpen moeilijker. Zo bijvoorbeeld het hoofddoekenverbod in het gemeenschapsonderwijs dat door rechters steeds vaker naar de prullenmand wordt verwezen.

Soms kan regelgevend ingrijpen al helemaal niet. Een schepen die weigert iemand te huwen omwille van een geweigerde handdruk, haalt zijn vijf minuten nationale bekendheid in de media, maar botst nadien snoeihard tegen een juridische muur. Een handdruk is nu eenmaal geen voorwaarde om te huwen. We kunnen toch moeilijk een wet stemmen die mannen verplicht om vrouwen een hand te geven? Of een wet die mannen verplicht om tijdens een TV-debat een vrouw aan te kijken? Regelgeving is hier tot falen gedoemd. Zo’n zaken kan je niet bij wet regelen.

Scheiding tussen kerk en staat is belangrijk, maar scheiding tussen kerk en maatschappij evenzeer

Het religieuze is vandaag opnieuw prominent aanwezig in het publieke leven maar er zijn verschillende profielen. De christelijke denktank Logia probeert de christelijke waarden op de kaart te zetten. ‘De vrijheid van godsdienst in gevaar in België’ is de titel van een recent opiniestuk. De denktank verdedigt het recht op gewetensbezwaar: ‘Het recht op rebellie of ongehoorzaamheid wanneer een staat (dictator, regime, regering) mij dwingt tot daden die ik niet met mijn geweten kan verantwoorden’.

Sommigen zullen minzaam glimlachen na het lezen van deze passage: Logia, nog nooit van gehoord. En toch, de tentakels van de denktank reiken ver, heel ver. Hij is de drijvende kracht achter de humanitaire visa die worden verleend aan Syrische christenen. Die actie vindt gehoor bij de regering-Michel en bij staatssecretaris Francken. Logia verzet zich ook tegen het opnemen in de Grondwet dat de wet steeds primeert op religieuze voorschriften. In mei 2016 hebben we dergelijk voorstel ingediend in de Kamer, toen unaniem goedgekeurd door het partijbestuur van N-VA. Wanneer in 2017 partijen hun visie bekend maken in de Kamercommissie voor de herziening van de Grondwet is N-VA ‘Geen voorstander van een wijziging van artikel 21 van de Grondwet’. Is Logia langs geweest?

Sommige religieuze gemeenschappen kiezen voor segregatie. Dat doet de ultraorthodoxe joodse gemeenschap. Het levert haar sympathie op. ‘De joodse cultuur is bijzonder subtiel. Als je zegt dat ze geen respect hebben voor vrouwen, dan doe je ze oneer aan. In tegenstelling tot moslims proberen joden niemand te bekeren, is er binnen het jodendom geen stroming met extremistische opvattingen. Joden zijn bovendien afwezig in alle statistieken over criminaliteit en overlast’, stelt de burgemeester van Antwerpen. Politici van andere partijen praten hem na. Wat men niet ziet, deert niet. Toch blijft segregatie het tegendeel van integratie.

Geheel anders reageert de islamgemeenschap. Deze gemeenschap eist wel een plaats op in de publieke ruimte en in het maatschappelijk debat. Het zal voor sommigen een ongemakkelijke waarheid zijn maar bepaalde leden van die gemeenschap keren zich ook regelrecht tegen onze manier van leven. Dit wekt angst op. Men doet deze angst graag af als irrationeel. Wanneer bommen ontploffen in naam van een god, homo’s van daken worden gegooid, vrouwen onder donkere lakens worden verborgen… dan is deze angst wel degelijk rationeel.

Sommigen zullen stellen dat dit niets te maken heeft met het geloof of dat het een probleem is ‘in’ de islam, maar niet ‘van’ de islam. De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-’61) beschrijft dit mechanisme van ontkenning haarscherp. Geloof kan men niet bestrijden met feiten. Zelfs de meest gruwelijke feiten zal de gelovige ontkennen als iets wat niet had moeten of mogen zijn. Als iets dat niet tot het wezen van zijn religie behoort.

Deze drie groepen – Logia, orthodoxe Joden en fundamentele islam – hebben met elkaar gemeen dat ze religieuze voorschriften laten voorgaan op fundamentele regels. Eeuwenoude religieuze boeken bevatten meer waarheid dan democratische regels, zelfs dan sommige mensenrechten. Orthodoxe religieuze gemeenschappen hebben het moeilijk met gelijkheid tussen mannen en vrouwen en met holebirechten. Alleen springt dit voor de ene gemeenschap veel meer in het oog dan voor de andere. Toch is het probleem hetzelfde. Hoe kan men toch maar stellen dat een ultraorthodoxe Jood die weigert een vrouw een hand te geven, wel respect heeft voor vrouwen in zijn subtiele cultuur, terwijl een islamiet die weigert een vrouw aan te kijken tijdens een tv-debat onze wijze van leven ernstig bedreigt? Beide groepen hebben een probleem met de gelijkheid tussen man en vrouw zoals wij deze kennen in onze maatschappij. Beide groepen halen hun waarheid uit eeuwenoude boeken.

Hoe kan men toch maar stellen dat een ultraorthodoxe Jood die weigert een vrouw een hand te geven, wel respect heeft voor vrouwen in zijn subtiele cultuur, terwijl een islamiet die weigert een vrouw aan te kijken tijdens een tv-debat onze wijze van leven ernstig bedreigt?

Wat ons betreft moet het maatschappelijk debat gaan over de plaats van het religieuze in de maatschappij. Dit is een moeilijk debat, maar een noodzakelijk debat. Een bepaalde elite wil dit debat ontlopen en omarmt het religieuze. Typevoorbeeld is een opiniestuk van Bernadette Renauld, in La Libre Belgique. Renauld wil enkele katholieke feestdagen afschaffen en vervangen door islamitische en joodse feestdagen. De wereld is een dorp, schrijft Renauld, en dat dorp is meervoudig.

De auteur verliest uit het oog dat vele van deze zogenaamd katholieke feestdagen reeds lang ontkerstend zijn. Voor de meeste Vlamingen zijn het verlofdagen, geen religieuze hoogdagen. Vraag maar eens wat het paasgebeuren inhoudt, of wat Pinksteren betekent. Dat de wereld een dorp is klinkt mooi, maar zo denkt de Dorpsstraat er niet over. Wereldburgerschap is een fictie.

Een radicaler variant van dit omarmen werd in 2010 gepresenteerd door deInterculturele dialoog: verwijderen van straatnaamborden die ethnische minderheden kunnen schokken, feestdagen aanpassen aan de multiculturaliteit, quota voor ethnische en culturele minderheden, oprichting van een museum voor de migratie, de neutraliteit van de ambtenaar moet op de schop… Professor Marie-Claire Foblets stelt in alle duidelijkheid ‘dat het rapport ervan uitgaat dat de meerderheid van de bevolking zich moet aanpassen aan de verzuchtingen van de minderheden’. De vraag is alleen: ‘willen we dat?’ schrijft journalist John De Wit eertijds. Het is een retorische vraag.

Voor ons is religie een privé-aangelegenheid die men deelt in een geloofsgemeenschap. Daarbuiten zijn we allen burgers, met gelijke rechten maar ook gelijke plichten. Vlaanderen is een tolerant land, maar net die tolerantie wordt nu op de proef gesteld. En ze zal nog meer op de proef worden gesteld. De grondwettelijk regels die we toepassen zijn in onze Grondwet ingeschreven in de negentiende eeuw, toen we nog een monoreligieuze maatschappij waren. Vandaag werken deze regels niet meer.

De grondwettelijk regels die we toepassen zijn in onze Grondwet ingeschreven in de negentiende eeuw, toen we nog een monoreligieuze maatschappij waren. Vandaag werken deze regels niet meer.

Neem bijvoorbeeld de onderwijsvrijheid. Onze regels laten religies toe om onderwijs, zelfs betaald door de overheid, te organiseren naar hun eigen religieuze inzichten. In een monoreligieuze maatschappij ervaart men weinig problemen wanneer dit gebeurt. Het katholieke onderwijs is zelfs een succesverhaal dat mee heeft bijgedragen aan de ontvoogding van de Vlamingen.

In een multiculturele maatschappij ligt dit anders. Islamscholen en joodse scholen zullen alleen maar zorgen voor segregatie. Vrijheid van onderwijs wordt nog te veel opgevat als een vrijheid om onderwijs te verstrekken naar eigen inzicht. Voor ons gaat het veeleer over het recht op scholing: eenieder heeft recht op een kwaliteitsvolle scholing die hem of haar toelaat een plaats te verwerven in de maatschappij. Het verschil lijkt subtiel, maar het is groot.

De Grondwet ziet onderwijs als een mensenrecht van de eerste generatie. Dit zijn ‘afweerrechten’ die de burger moeten beschermen tegen overheidsinmenging, zo ook in het onderwijs. Wij zien onderwijs als een mensenrecht van de derde generatie, als een sociaal, cultureel en economisch grondrecht. De overheid moet de voorwaarden scheppen die burgers toelaten in waardigheid samen te leven. Onderwijs zal integratiebevorderend zijn indien we langs die weg onze normen en waarden uitdragen. We moeten ten volle inzetten op de emancipatorische kracht van ons onderwijs. Dit zal veel efficiënter zijn dan dan allerhande verbodsbepalingen die wettelijk worden vastgelegd.

Wij burgers moeten ook opkomen voor onze normen en waarden, voor onze manier van leven. Scheiding tussen kerk en staat is een belangrijk principe, maar al evenzeer de scheiding tussen kerk en maatschappij. We gaan toch onze manier van leven niet laten bepalen door wat in eeuwenoude boeken staat die dan nog op de meest diverse manieren geïnterpreteerd worden?