Mensenrechtenhof zet de grenzen van de Europese Unie open

Grens Spanje-Marokko in Melilla. Foto (c) Ongayo, CC BY SA 4.0

Geweld wordt beloond, dat kan toch niet de bedoeling zijn? Dat schrijven Veerle Wouters en Hendrik Vuye in een opiniestuk op Knack.be. Mensenrechten zijn belangrijk, maar ze zijn territoriaal. Als het Hof aanzet tot het gebruik van geweld, moet het niet verbaasd zijn dat burgers de rechters als wereldvreemd zullen beschouwen.

Spanje heeft twee kleine exclaves in Marokko: Melilla en Ceuta. Hier loopt een grens tussen Europa en Noord-Afrika. Die grens is bijzonder kwetsbaar: de exclaves zijn dan ook versterkte burchten. Twee omheiningen van 6 meter hoog, een derde omheining van 3 meter, afgezet met scheermesjesdraad. Infraroodcamera’s en bewegingsdetectoren vervolledigen het plaatje.

‘Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zet de grenzen van de Europese Unie open.’

Hendrik Vuye & Veerle Wouters

Sinds 2005 worden deze exclaves regelmatig bestormd door jonge Afrikaanse mannen die zo de Europese Unie proberen te bereiken. In december vorig jaar bestormden 700 jonge mannen een van de exclaves, in juni 400, in juli 600 en recent nog eens 115. Volgens Elsevier Weekblad wisten in 2018 ongeveer 3.800 jonge mannen de exclaves binnen te dringen.

De bestormingen gaan steevast gepaard met brutaal geweld. De indringers gebruiken zelfgemaakte vlammenwerpers, ongebluste kalk en brandbommen. Bij de bestorming eind juli vielen 150 gewonden, waaronder ruim twintig Spaanse politieagenten. Bij de jongste bestorming eerder deze maand telde men zeven gewonde agenten. De aanvallen op de grensbewakers zijn dus misdrijven door het geweld dat gehanteerd wordt.

Spanje probeert hier met man en macht de grens te beschermen. Het enige alternatief is een opengrenzenbeleid. Blijkbaar heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een voorkeur voor een opengrenzenbeleid. Dit blijkt alvast uit een recent arrest.

Collectieve uitzetting?

In oktober vorig jaar boog het EHRM zich over de zaak van twee Afrikaanse mannen die de exclave van Melilla waren binnengedrongen. De ene is afkomstig uit Mali, de andere uit Ivoorkust. Ze namen samen met een tachtigtal anderen deel aan een collectieve bestorming van de exclave. Ze werden gevat door de Spaanse guardia civil en vervolgens teruggestuurd naar Marokko. Het EHRM besliste dat de mensenrechten van beide bestormers geschonden zijn.

Hoe komt het dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) van toepassing is op Afrikanen die met geweld de grens van de EU bestormen? Alles draait volgens het verdrag rond het begrip ‘rechtsmacht’. Het EVRM is van toepassing op eenieder die zich onder de rechtsmacht van een van de lidstaten bevindt.

Het begrip rechtsmacht is in de eerste plaats territoriaal. Al wie zich bevindt op het grondgebied van een lidstaat, valt onder de rechtsmacht. Maar uitzonderlijk is het ook meer dan dat. Wanneer de Britse troepen tijdens de oorlog in Irak een deel van het grondgebied bezetten, oefenden ze prerogatieven uit van het openbaar gezag. De bewoners vielen dan ook onder de rechtsmacht van het Verenigd Koninkrijk.

Het EHRM geeft echter een steeds ruimere invulling aan het begrip rechtsmacht. Zo stelt het Hof recent dat het volstaat dat een lidstaat in rechte of in feite controle uitoefent over een persoon. Volgens het EHRM betekent dit dat zodra personen over de afsluitingen van de Spaanse enclaves klauteren en ze gevat worden door de Spaanse grensbewakers, ze meteen ook onder de rechtsmacht van Spanje vallen.

De Spaanse regering argumenteert dat de afsluitingen op Marokkaans grondgebied staan, waardoor beide vluchtelingen nooit op het Spaanse grondgebied geweest zijn. Dit is volgens het EHRM niet relevant, aangezien beide gevatte vluchtelingen onder de controle stonden van de guardia civil. Ook de vraag of er bij de bestorming al dan niet geweld is gebruikt, is irrelevant. Zo verklaart het EHRM dat het verdrag van toepassing is op iemand uit Mali en iemand uit Ivoorkust, twee landen die eigenlijk niets te maken hebben met het EVRM.

Eens het Hof besloten heeft dat het EVRM van toepassing is, komt het tot het besluit dat er sprake was van ‘collectieve uitzetting’, hetgeen verboden is door het verdrag.

‘Het EHRM zet aan tot het gebruik van geweld.’

Deze ruime interpretatie van de begrippen ‘rechtsmacht’ en ‘collectieve uitzetting’ maakt het onmogelijk om grenzen te bewaken. Meer nog, deze rechtspraak zet aan tot geweld.

Stel dat een migrant zich aanbiedt aan een van beide exclaves en toegang vraagt tot het grondgebied. De guardia civil weigert en de migrant vertrekt. In de redenering van het Hof zijn de mensenrechten van deze migrant niet geschonden, want Spanje oefende op geen enkel ogenblik controle uit over de persoon in kwestie. Wanneer honderd migranten met geweld de toegang tot de exclave afdwingen, vallen ze wel onder het EVRM van zodra de grenswachters hen oppakken: geweld wordt op deze manier beloond.

Ook het verbod op collectieve uitwijzing wordt steeds ruimer geïnterpreteerd. In de eerste zaken waar het Hof dit verbod toepast, gaat het om de uitwijzing van mensen die een gemeenschappelijk kenmerk of een gemeenschappelijke identiteit hebben, bijvoorbeeld een groep Romazigeuners.

Sinds 2012 geldt dit verbod voor iedere groep. Dus ook voor een heterogene groep die met extreem geweld een van de Spaanse exclaves bestormt en nadien wordt teruggedreven naar Marokko. Zo maakt het EHRM van wat een ‘collectieve bestorming’ is van het grondgebied een ‘collectieve uitwijzing’ indien de lidstaat de grenzen verdedigt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van het EVRM?

Dit is ook niet de bedoeling. In het EVRM staat een bepaling die misbruik verbiedt (art. 17). Het verdrag betekent niet dat een staat, een groep of een persoon het recht heeft enige activiteit aan de dag te leggen of enige daad te verrichten met als doel de rechten of vrijheden van anderen te vernietigen of te beperken.

Een groep die met geweld de grens van een staat bestormt, beperkt de mensenrechten van de grensbewakers en van de inwoners. Voor de grensbewakers is zo’n bestorming zelfs levensbedreigend, zodat dit wat hen betreft er zelfs een beperking is van het meest fundamentele recht, namelijk het recht op leven. Eigenlijk is het EVRM hier helemaal niet van toepassing.

Mensenrechten in gevaar

Mensenrechten zijn belangrijk, maar ze zijn territoriaal. Ze maken integraal deel uit van onze samenleving en zijn een verbindend element. Zoals we recent schreven: ‘In een ideale wereld zijn mensenrechten universeel, maar op onze planeet zijn ze dat niet’. Het is al zeker niet zo dat het EVRM overal ter wereld van toepassing is.

Door het EVRM steeds meer extraterritoriaal toe te passen, brengt het Hof Europa en de mensenrechten in gevaar. Hoe kunnen we nu nog uitleggen dat mensenrechten belangrijk zijn, wanneer in de feiten blijkt dat dit ons belet om de grenzen daadwerkelijk te verdedigen? Hoe kunnen we nog uitleggen dat mensenrechten belangrijk zijn, wanneer het gebruik van geweld wordt beloond?

Het Hof mag het kind niet weggooien met het badwater.

De zaak over de Spaanse exclaves is doorverwezen naar de grote kamer van het Hof. Het Hof moet zich nu een tweede maal over deze zaak beraden. Er staat veel op het spel: gaat het Hof een gewelddadige collectieve bestorming van het grondgebied van een lidstaat belonen?

Bevestigt het Hof de eerdere uitspraak, dan moet het Hof niet verbaasd zijn dat burgers de rechters als wereldvreemd zullen beschouwen en dat mensenrechten steeds meer als een hinderpaal worden ervaren. Het zou echt wel heel spijtig zijn mocht het Hof het kind weggooien met het badwater.