Juridisch amateurisme rond boerkiniverbod is stuitend

Foto (c) mikecogh, Flickr.com, CC BY SA 2.0

Een boerkiniverbod staven met hygiëne-argumenten is ‘uiteraard achterhaald’, zegt Hendrik Vuye in een interview met Marjan Justaert in De Standaard. ‘Toch bestaan er wel degelijk juridische gronden om zo’n bedekkend zwempak, dat een religieus teken is, te weren. We moeten alleen eens durven te zeggen dat de gelijkheid man-vrouw een absoluut mensenrecht is. Daarvoor deinst zelfs Straatsburg terug.’

Politicus-professor Hendrik Vuye (Universiteit Namen) heeft zijn bedenkingen bij de vonnissen van de Gentse rechters die brandhout maken van het boerkiniverbod in twee openbare zwembaden. Zijn discours staat haaks op dat van collega-mensenrechtenspecialist Eva Brems (UGent). ‘Ik ben niet onder de indruk van Brems’ argumenten. Wat ze vandaag zegt over de boerkini, zei ze vroeger over de boerka – en die is wél wettelijk verboden. Zowel ons Grondwettelijk Hof als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zegt dat er niets mis is met een boerkaverbod. We moeten oppassen met een al te ideologische interpretatie van de mensenrechten.’

‘Vooreerst blijf ik mij verbazen over het juridische amateurisme dat hardnekkig blijkt als het over de boerkini gaat. Stuitend. Hoe komt men erbij om een verbod te staven met hygiëne-argumenten? Uiteraard zijn die achterhaald: een boerkini in zwempakstof is even hygiënisch als een badpak, dat zou iedereen moeten weten. Dat de rechter zo’n argument onderuithaalt, is normaal. Maar ik zou nu ook niet durven stellen dat dit nu dé principe-uitspraak is over de boerkini. Bovendien is het slechts een vonnis in eerste aanleg.’

Goed, maar het zal toch niet gemakkelijk zijn om het te overrulen, want het vonnis ligt in de lijn van de rechtspraak van het EHRM in Straatsburg.

‘Pas op, de rechtspraak van het EHRM is niet zo eenduidig als men beweert. Het Mensenrechtenhof laat wel degelijk beperkingen toe van de vrijheid van religie wanneer dat noodzakelijk is om het samenleven van de vele religies en opinies te regelen. Wat is de regel? Een land mag wel beperkingen opleggen, op voorwaarde dat er een dwingende sociale noodwendigheid is. Als het “samenleven” in gevaar is, kan men dus religieuze symbolen verbieden. Dat geldt ook voor de boerkini.’

‘Dat is de vraag. Als je het mij vraagt – en dat is dan mijn mening, als jurist én politicus – moeten we ook in de mensenrechten durven een bepaalde hiërarchie aan te brengen. Het folterverbod noemen we absoluut, dat moeten we ook doen met de gelijkheid man-vrouw. Waarom? Omdat de minste toegeving ertoe leidt dat de gelijkheid volledig weg is. Dus dat recht is veel fundamenteler dan we het tot nu toe behandeld hebben. Dat moeten we met zijn allen eens durven te zeggen, maar daarvoor deinst zelfs Straatsburg terug.’

Hoe kun je een boerkiniverbod rechtvaardigen met de gelijkheid man-vrouw?

‘De boerkini is een zwempak, zegt men, maar het is bovenal natuurlijk een religieus symbool. De voormalige Franse president Nicolas Sarkozy heeft het in 2009 goed verwoord: de boerkini komt niet overeen met de wijze waarop wij, in onze cultuur, de waardigheid van de vrouw opvatten. We moeten sneller durven ingrijpen als die specifieke toepassing van het gelijkheidsbeginsel in het gedrang komt.’

Wat als je het omdraait: wie vrouwen beperkt in hun vrije keuze om hun zwemkledij te kiezen, en mannen minder, schendt toch evengoed het gelijkheidsprincipe?

‘Ja, zo kun je alles omdraaien, dat is een typische reflex van diegenen die de mensenrechten steevast ideologisch interpreteren. Maar nogmaals: het ís geen gewone zwemkledij, geen wetsuit of duikpak. Het gaat hier over religie die primeert op het maatschappelijk verkeer. En dat is een brug te ver, volgens mij. We gaan onze samenleving toch niet laten beheersen door religieuze boeken van meer dan duizend jaar oud? Ik heb nog geweten dat de Bijbel veel belangrijker was, dat het katholicisme de samenleving bepaalde, maar we zijn geëvolueerd en vandaag is daar geen sprake meer van. Voor wat betreft de Bijbel althans. Religie is in onze maatschappij een privé-aangelegenheid geworden. De plots opgedoken dominantie van de Koran en de islamitische voorschriften moeten we dus ook een halt toeroepen, want anders katapulteren we ons terug in de tijd.’

De vrijheid van godsdienst is evenwel een fundamenteel mensenrecht, dat letterlijk in onze grondwet staat.

‘Wat ik niet begrijp is dat men de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting zó verschillend behandelt. Die twee grondrechten, die op bijna exact dezelfde manier geformuleerd zijn in artikel 9 en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), worden met twee maten gemeten. Meningen verbieden doet men met al te groot gemak, maar als we aan de godsdienstvrijheid raken, ho maar. Als ik lesgeef in een keppeltje, vormt dat geen probleem. Als ik lesgeef in een T-shirt waar ‘Vuye & Wouters’ op staat, zal ik ontboden worden op het rectoraat. Terwijl het twee keer gaat om een symbool waarmee je met een boodschap naar buiten komt. Dat onderscheid is volgens mij niet te verantwoorden.’